Akoestische vertrilling als nieuw oorlogswapen

‘In de grote steden neemt de politie maatregelen om door rapmuziek geïnspireerd geweld te voorkomen’, las ik 27 december vorig jaar in Trouw. ‘De politie maakt zich zorgen over de populariteit van drillmuziek onder jongeren in de Randstad. In de muziek, afkomstig uit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, wordt geweld verheerlijkt. Binnen de bijbehorende straatcultuur worden die teksten ook in daden omgezet. Daarom neemt de politie in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam extra maatregelen. ‘

Het nieuws deed me denken aan een stukje dat ik in maart 2002 in het maandblad ‘O Dokter’ van Erasmus MC schreef. Omdat ik nog in een vakantiestemmng ben na de twaalf heilige nachten, maak ik het mezelf gemakkelijk en knip en plak het hele stukje gewoon hieronder.

Een week of wat geleden moest ik naar Utrecht – voor een vergadering van het bestuur van de Vereniging voor Filosofie en Geneeskunde over de volgende jaarvergadering. Plaats van de handeling: een café in het Jaarbeurs-complex, tijd: begin van de avond. Niets vermoedend wandelde ik van de trein naar ons stamcafé, maar daar wachtte mij een onaangename verrassing. Het bleek het einde te zijn van de eerste dag van een of andere beurs waar handelaars in overbodige hebbedingetjes en andere prullaria hun waren konden komen uitzoeken, en ter verhoging van de feestvreugde was de plaats waar we altijd vergaderen ingenomen door een band – een rock- of pop- of rap- of folk– of soul– of hoe-het-ook-heten-mag-band oftewel een gezelschap overwegend jonge lieden die met behulp van verschillende instrumenten ritmisch lawaai maken dat elektronisch versterkt de ruimte vult. Ik weet niet wat de verschillen zijn tussen de door mij gespecificeerde sub-genres, en wil dat ook niet weten. Op zijn laatst nu snapt de lezer dat ik niet erg gesteld ben op het geluid dat zulke bands voortbrengen (het woord ´muziek´ weiger ik al helemaal daarbij te gebruiken).

De uiterlijke gebeurtenissen zijn gauw verteld. Ik wachtte op mijn medebestuursleden, en in gebarentaal (akoestische communicatie was niet meer mogelijk) spraken we af een veilig heenkomen te zoeken in de stationsrestauratie. Daar vonden we relatieve rust (´relatieve´, want ook daar kwijlt onuitstaanbaar geluid van het plafond, alleen niet zo hard dat je elkaar niet kunt verstaan), en daar spraken we over de volgende jaarvergadering (28 september aanstaande, over ondragelijk lijden en de rol van de arts daarin, noteer alvast in je agenda).

Mijn innerlijke gebeurtenissen zijn een ander verhaal. Ik was kwaad, en word het opnieuw nu ik dit stukje aan het schrijven ben. We zijn er net aan gewend geraakt dat je in openbare ruimtes niet mag roken vanwege de overlast die je zodoende al stinkend bezorgt aan je medegebruikers van die openbare ruimte, en nu wordt het normaal gevonden dat een openbare ruimte door dit soort akoestische terreur een no go area wordt.

Gelukkig leer je als dokter om te gaan met boosheid. De psychologie heeft daar probate doe-het-zelf-therapieën voor. Eén daarvan is de innerlijke fantasie. Verwerk je boosheid in een gefingeerd verhaal, en je zult … – nou ja, misschien niet meteen van je boosheid genezen zijn, maar er wel zonder angst voor allerlei vreselijke psychosomatische complicaties mee verder kunnen leven.

Van de Jaarbeurs naar de stationsrestauratie wandelend bedacht ik voor dat doel een verhaal. Het is zwart-grimmige science fiction, een beetje in de trant van George Orwell´s 1984. In de tijd dat het speelt is de wereld verdeeld in twee kampen:´wij-land´ (de goeden) en ´zij-land´ (de slechteriken). De kampen verkeren – allicht –  in een voortdurende oorlogstoestand; er vinden voortdurend grotere en kleinere terreur-aanslagen plaats.

En dan gebeurt op een dag in ´wij-land´ iets onverwachts. Zo maar out of the blue staan in ´wij-land´ opeens op verschillende plaatsen bands te spelen. De ´wij-landers´ zijn natuurlijk erg verbaasd, maar al gauw voelen ze zich aangetrokken door de muziek. Als vanzelf gaan ze dansen op de maat van de muziek. De spelers worden daar steeds enthousiaster van, en gaan steeds opwindender spelen. Er komen ook, nog steeds zomaar out of the blue, steeds meer nieuwe bands, en het leven in ´wij-land´ wordt letterlijk één groot dansfeest. De staatssecretaris van cultuur van ´wij-land´ ziet dat er een groot maatschappelijk draagvlak is voor deze nieuwe cultuur-manifestatie, heeft er onmiddellijk subsidie voor toegekend, en doet verder alles wat hij kan om dit te bevorderen.

Maar dan, aanvankelijk zonder dat iemand het merkt, gebeurt geleidelijk nog iets anders. De muziek wordt zó hard en indringend dat hij niet alleen door de oren binnendringt. De lucht in de omgeving van de bands komt zó hevig in trilling dat de kleren van de dansers gaan rafelen, gaan loszitten, uit elkaar vallen en ten slotte in losse vezels op de grond vallen. De band-leden zelf lijken immuun voor deze onverwachte werking van hun eigen muziek; ze blijven gewoon in hun kleren en gaan door met spelen.

De ´wij-landers´ reageren verschillend. Sommigen vinden het een beetje gênant en aarzelen, maar anderen vinden het alleen maar nog leuker. Ze dansen naakt met nog groter enthousiasme door, en sleuren de aarzelaars letterlijk en figuurlijk mee in hun steeds opzwepender wordende dans. Maar na een tijdje gebeurt nog iets anders. Het begint er mee dat zich vreemde streeppatronen gaan aftekenen op de huid van de dansers – een beetje zoals je vaak in het zand aan het strand kunt zien als effect van water en wind. De dansers zelf  merken het niet of nauwelijks op, en dansen vrolijk door. Dan gaat zelfs de huid loslaten van de onderliggende weefsels, maar ook dat lijkt hen nauwelijks te deren (achteraf, als alles voorbij is, zal blijken dat door de muziek intussen ook hun grote hersenen tot prut waren getrild. Hun hele benul is dus naar de gallemiezen). Het blijft niet bij de huid – spieren, pezen, weke delen, alle weefsels en organen raken in trilling, alle samenhang gaat verloren, de ene danser na de andere valt om. Ook dan stopt de vertrilling niet. De weefsels en organen desintegreren, de afzonderlijke cellen vallen uiteen in vormeloze blubber, zelfs de botten verpulveren.

Als bijna alle ´wij-landers´ op deze manier zijn vergaan tot iets dat zelfs niet meer benoembaar is, komen de ´zij-landers´. De muziek blijkt een nieuw, geheim oorlogswapen te zijn geweest in hun strijd tegen de ´wij-landers´. De staatssecretaris van cultuur van ´wij-land´ blijkt een spion van ´zij-land´ te zijn geweest die geïnfiltreerd was in ´wij-land´. Zij hebben de oorlog gewonnen; mijn zwarte fantasie is uit.

Onlangs las ik ergens dat otologisch (oorheelkundig) is aangetoond dat de generatie mensen onder de dertig thans beduidend slechter hoort dan een kwart eeuw geleden. Ik kan niet reconstrueren waar ik dat gelezen heb, dus volgens mijn eigen didactische maatstaven (´je mag alleen in een discussie inbrengen wat je ergens gelezen hebt als je kunt specificeren waar je het gelezen hebt´) is mijn argument niet geldig, maar dat kan me nu even niet schelen. Als het met deze endemisch wordende lawaai-overlast doorgaat zoals het nu gaat, zal het gehoorzintuig bij de mens domweg afsterven

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Voornemens 2020 (2): Herman Moens revisited

De naam Herman Moens kent hoegenaamd niemand nog. Hij verdient hier een korte vermelding. De nodige info haal ik uit WaWa (van Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys [1997] ‘Tussen Waarheid & Waanzin, Encyclopedie van de pseudo-wetenschappen’; in sceptische kringen wordt dit boek in de wandelgangen betiteld als WaWa). Moens (1875-1938) was een bioloog die een mens en een aap wilde kruisen om zodoende de zogenoemde ‘missing link’ in de evolutietheorie te vinden. ‘Hij achtte het mogelijk en ethisch aanvaardbaar dit te bereiken door vrouwelijke mensapen te insemineren met sperma van negers’. Hij benaderde in 1907 koningin Wilhelmina; via haar kwam zijn plan bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (‘waar men er weinig heil in zag’) maar hij kreeg er wel koninklijke subsidie voor. Wat daarna gebeurde lijkt het meest op een ‘comedy of horrors’; het verzandde allemaal in niets; men kan het nalezen in WaWa [via bol.com tweedehands voor ruim 10 euro te koop]; voor mijn verhaal is het alleen relevant als historische anekdote.

Die relevantie ligt in een essay van Jos de Mul in De Groene Amsterdammer van 28 augustus 2019 onder de titel ‘Het einde van het gencentrisme’. Samengevat door de redactie: ‘Genetisch zuiver? Ach … Gemodificeerde soja vinden we al eng, maar varkens met mensencellen roepen pas echt walging op. Waarom eigenlijk? Welbeschouwd zijn we allemaal polygenome organismen, en verdienen begrippen als “individu” en “soort” een flinke nuancering.’ Het essay telt bijna vierduizend woorden; ik ga die niet samenvatten, maar kopieer alleen de aanhef. Die laat geen misverstand bestaan over de vraag waar het hier om gaat:

Recente ontwikkelingen in de biotechnologie, neurowetenschappen en robotica hebben een diepe impact op ons zelf-begrip en dagelijks leven. Wat te denken van genetisch gemodificeerde baby’s? Of van dwarslaesiepatiënten die een computer kunnen aansturen met hun gedachten? Of van androïde robots die werken als prostituees, zoals in de sciencefictionserie Real Humans? Wie we zijn en wat we willen worden, is meer dan ooit een open vraag. Zijn wij, ‘de eeuwig toekomstigen’ volgens Nietzsche, onderweg naar Homo sapiens 3.0? Jos de Mul (1956) is hoogleraar wijsgerige antropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij publiceert regelmatig essays in Trouw, NRC Handelsblad en de Volkskrant. Tot zijn bekendste boeken behoren Cyberspace Odyssee (winnaar Socrates Wisselbeker) en De domesticatie van het noodlot. Zijn werk is in vele talen vertaald. Bron illustratie: Wikimedia Commons. (H.V.)

‘Wie kent ze niet, de wonderlijke mens-diercombinaties in de Griekse mythologie? De Centaur, de met knots of boog uitgeruste paardmens; …  Chimaera, het monster met het hoofd van een leeuw, het lichaam van een geit en een slang als staart? Ze zaaiden dood en verderf. Een hele troost dat ze niet echt bestaan. Of moeten we zeggen: niet echt BESTONDEN? Want mens-diercombinaties zijn weer helemaal terug, en ditmaal niet als scheppingen van de mythologische verbeelding, maar als producten van de hedendaagse biotechnologie.’

In de wetenschappelijk/filosofische verbeelding waren de mens-diercombinaties uit de mythologie al eerder opgedoken. Eind vorig millennium besprak ik met mijn studenten het volgende geval: ‘Aan de Faculteit der geneeskunde en gezondheidswetenschappen van de EUR is dr. Delphine Molewater, van huis uit arts, hoogleraar in de geneeskundige vrouwen-studies. Ze heeft een autistische zoon waar ze erg mee bezig is. Nu heeft ze in een avantgardistisch medisch tijdschrift gelezen dat dolfijnen met veelbelovende resultaten ingezet worden in de therapie van autistische kinderen. Daarop heeft ze bedacht dat een nieuw soort wezens die ontstaan uit een kruising dolfijn-mens waarschijnlijk nog veel succesvoller zullen zijn. Geïnspireerd door de fenomenale vooruitgang in de technologie van de artificiële reproductie heeft prof. Molewater besloten een toegepast wijsgerig-antropologisch-biologisch project op te zetten en zich te laten insemineren met speciaal voor dit doel bewerkt dolfijnen-sperma. Het dolfijnen-mensen-kind dat zodoende geboren zal worden zal, naar zij stellig meent, het eerste zijn van een heel nieuwe generatie ‘antropozoïden’ (= mens-dier-achtige wezens, een door mij verzonnen neologisme). Deze antropozoïden zullen niet alleen een waardevolle bijdrage kunnen geven aan de therapie van autistische kinderen, maar ook een heel nieuwe, zowel praktisch relevante als theoretisch-filosofisch interessante ontwikkelingsimpuls leveren aan de schepping in het algemeen en de mensheid in het bijzonder, aldus prof. Molewater.’

‘En waarom ook niet?’, vragen ethici zich af; welnu: dáárom niet:

(1) Mensen en [de hogere zoog-]dieren lijken op en verschillen van elkaar.

(2) Een verschil is dat de mens [2.1.] zich vragen stelt of na de dood nog iets komt en zo ja wat; voor zover mij bekend heeft nog nooit énige etholoog betoogd dat dieren zoiets ook doen, en [2.2.] dat de mens in de eerste ogenblikken na de dood een zogenoemd postmortaal levenspanorama, een overzicht van zijn voorbije leven voor zijn ‘geestesoog ziet’. Ik heb daar op deze plaats eerder over geschreven: herlees: https://www.desteronline.nl/bert-keizer-en-ik-het-refrein-is-pein/ en andere stukjes verder terug.

(3) Het vermogen om dit te ‘zien’ is een eigenschap van het lichaam als geheel. Dit aspect van de spiritualiteit heeft de mens tot in elke vezel van zijn lichamelijkheid. Het is meer dan aannemelijk (ik ben er zelf van overtuigd) dat ‘vermenging’ van menselijk en dierlijk DNA dit vermogen zal ondermijnen, aantasten, verontreinigen. Dat zou onherstelbare gevolgen hebben voor het volgende leven.

Hugo Verbrugh

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het Voltooid Leven-programma van D66

‘Het gat in de ouderenhuisvesting berooft mensen van de wil om te leven.’ – Stevo Akkerman, Trouw, 20 januari 2020. ‘Kwetsbare gesprekken zijn het, de interviews in deze krant met mensen die hun leven voltooid achten. Je treedt als lezer binnen in het wankele bestaan van een ander en het voelt haast als een stap te ver, zo vergaat het mij tenminste. Omdat je je onvermijdelijk een oordeel vormt over de doodswens van de geïnterviewde, terwijl je tegelijkertijd weet dat je daar van af moet blijven – wat kun je erover zeggen? Niets.’
‘Het Voltooid Leven-programma van D66 zal kunnen leiden tot het einde van het leven van de mens op aarde’: LEES Ontmoetingen met de tijdgeest – Een verhaal over vrijheid, sterfelijkheid en identiteit, november2019.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Voorpublicatie ‘Ontmoetingen met de tijdgeest’

Op 2 september 2019 meldde Kamerlid Pia Dijkstra (D66) in het Algemeen Dagblad dat zij haar initiatiefwet over ‘Voltooid Leven’ binnenkort naar de Tweede Kamer stuurt. In die initiatiefwet zitten een weeffout en een verzuim die maken die deze initiatiefwet ontoelaatbaar maken. In deze voorpublicatie wordt dit uitgelegd. Hier te downloaden:

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Ironie verpolderd levert kwaadaardige flauwekul op

Vanavond NPO 2, 23.00 uur, over Herman Koch, boegbeeld van de hedendaagse Nederlandse Literatuur.

‘Herman Koch … noemt zichzelf “ironicus”. Boeiend, … Bij lezing van het Boekenweekgeschenk 2017, Makkelijk leven, lijkt de ironie inderdaad hoogtij te vieren … : de zowel in materieel als immaterieel opzicht succesvolle schrijver van zelfhulpboeken Tom Sanders, reduceert de huwelijksproblemen van zijn jongste zoon vakkundig tot een bagatel en ontwikkelt vervolgens, in een plot-twist, sterk-amoureuze gevoelens voor zijn schoondochter. (Hé, verboden vrucht!)’

In deze amper vijf dozijn woorden, overgenomen van www.letterenfonds, is de hedendaagse Nederlandse Literatuur knap samengevat. De mix van onwetendheid annex niet-weten-van eigen onwetendheid en arrogantie is uniek in de wereld. Ironie, startpagina van de Europese filosofie bij Socrates en zijn leerling Plato wordt hier omgeturnd tot de platst denkbare [inderdaad, helemaal Nederlandse signatuur] tot een variant van flauwe kul die de kenmerken heeft van maligne celgroei. De ongelukkige die zoiets over zich heen krijgt blijft lezen tot alles weggevreten is en niets meer over blijft dat nog de moeite waard is.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vaccinatie, filosofie en vervreemding van mensen met afwijkende ideeën

Gelijk op met alternatieve geneeswijzen, kwakzalverij en aanverwante thema’s is ook vaccinatie terug van weggeweest in de krant. Vandaag een ingezonden brief naar aanleiding van een eerder artikel:

‘De filosofen Marcel Verweij en Roland Pierik kunnen prima op rationele gronden uitleggen wat het belang van het kind en de samenleving is en hoe dit voorop moet staan (Voorkom dwang en laat je kind gewoon vaccineren, 22/9). Maar wat ik verwacht van vooraanstaande filosofen is dat ze uitleggen hoe mensen in de eerste plaats tot dit soort verkeerde inzichten komen. Hoe deze ‘verdraaide feiten’ een emotioneel karakter krijgen. Hoe sociale media, individualisering, ontkerkelijking en moderne diagnostische en medische methoden bijdragen aan het ontstaan van spookbeelden in ons vaccinatieprogramma. En bovenal verwacht je van een filosoof te leren hoe we een gesprek aangaan met deze mensen die hun kinderen met eventueel ernstige aandoeningen opzadelen. Laat mensen met afwijkende ideeën zich dus niet verder vervreemden van onze samenleving, alsjeblieft.’ w.g. Gerben Oebele Postema

Mooie mix van ‘mee eens‘ [het artikel van Verweij en Pierik was filosofisch inderdaad zwaar onder de maat. Het was gewoon een herhaling van de bekende riedeltjes waarmee de verenigde kwakzalverijbestrijders al meer dan een eeuw goede sier menen te maken]

en

niet mee eens‘ [deze mensen zadelen hun kinderen niet met eventueel ernstige aandoeningen op.

Het discours over wel/niet vaccineren is sinds eind vorige eeuw radicaal veranderd dor door een baanbrekende publikatie in The Lancet:Increased prevalence of atopic disorders in children may be associated with changes in types of childhood infections, vaccination programmes, and intestinal microflora. People who follow an anthroposophic way of life use antibiotics restrictively, have few vaccinations, and their diet usually contains live lactobacilli, which may affect the intestinal microflora. We aimed to study the prevalence of atopy in children from anthroposophic families and the influence of an anthroposophic lifestyle on atopy prevalence.’]

Critici die dit niet weten, hoeven niet serieus genomen te worden; commentatoren die zich ‘filosoof’ noemen die dit niet weten, dienen hun filosofie-diploma in te leveren.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Eigen risico, eigen lichaam, en zelfkennis

NRC 22 september: een ‘aandoenlijk’ onderwerp, vandaag in het hoofdartikel. Ik citeer:

‘De verhoging van het eigen risico in de zorg van 385 euro naar 400 euro in de zorg gaat niet door. … . Het was aandoenlijk om te zien hoe de onderhandelaars van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie donderdag opeens alle tijd bleken te hebben om deze sigaar uit eigen doos op het Binnenhof uit te venten tegenover een ieder die dit maar horen wilde.’

Het sarcasme dat in het commentaar doorklinkt is helemaal terecht. Dit is nieuws in het format van een orkaan in een vingerhoed jenever.

Maar er staat ook wel iets verstandigs in: ‘ Eigenlijk is het probleem … heel simpel. … Het eigen risico werd in 2008 ingevoerd als instrument om de kosten voor de gezondheidszorg inzichtelijker te maken. … Eigen risico wordt ook wel “remgeld” genoemd. Mensen maken een strengere afweging voor ze een beroep doen op medische zorg als zij ook iets uit de eigen portemonnee moeten bijdragen, is de leidende gedachte.’

Voor dat laatste heb ik een krachtig, ter plaatse uit de klei getrokken argument. Het komt uit een van de beroemdste gevallen uit de alternatieve geneeswijzen in Nederland, de casus-Moerman.

Van 1929 tot kort voor zijn dood in 1988 praktiseerde Cornelis Moerman als huisarts op het landgoed van zijn familie in Vlaardingen. Vanaf ongeveer 1955 was hij ongeveer dertig jaar beroemd in Nederland. Tot vandaag leeft zijn naam voort in verschillende exotische regionen van de alternatieve genezerij. Een Engelstalige Wikipedia-website memoreert hem als de uitvinder van ‘a purported cancer treatment … ‘ waarvan verder alleen wordt gezegd: ‘Its effectiveness is supported by anecdote only‘.

In de jaren waarin Moerman veel in de publiciteit kwam, was ik in mijn vrije tijd de vaste medisch medewerker van de NRC Handelsblad. In die kwaliteit had ik eens over hem geschreven. Als gevolg daarvan nodigde een fervente aanhanger van hem mij toen met nadruk uit zelf eens in zijn praktijk te komen kijken. Dat heb ik toen gedaan. Bij die gelegenheid heb ik Moerman toen leren kennen als (1) een absoluut integere, authentieke zoeker naar kennis, (2) een goede arts in de zin van een beoefenaar van de geneeskunst, (3) begiftigd met groot charisma, en, maar vooral, (4) zodanig bezeten van een totaal ongerijmd idée-fixe over kanker en de therapie daarvan, dat zijn leven en werk een toonbeeld is geworden van hoe erg iets fout kan gaan wanneer iemand met grote innerlijke zekerheid iets totaal verkeerds te pakken heeft.

In deze combinatie van kenmerken samen verschijnt Moerman nu achteraf als een soort eenmans-mini-paradigma voor de analyse van de gezondheidszorg, met de volgende vraag als startpunt: was Moerman, afgezien van de vier bovengenoemde genoemde kenmerken, ook wat we noemen ‘normaal intelligent’, of was er academisch-psychiatrisch toch echt een steekje los aan hem, en misschien nog erger: was hij daardoor een gevaar voor anderen?

Mijn antwoord begint met een Shakespeare quote: Though this be madness, yet there is method in it.’ Moerman volgde een redenatie waarin wij met de nodige fantasie ook enige method mogen, misschien zelfs kunnen onderkennen. Hij was behalve arts ook een amateur-duivenmelker. In zijn werk met zijn duiven meende hij opgemerkt te te hebben dat duiven nooit kanker krijgen. Deze vermeende, onjuiste observatie combineerde hij met zijn inzichten over de voeding die hij zijn duiven gaf. Uit het resultaat concludeerde vervolgens hij dat een speciaal op zijn duivenvoeding geïnspireerd dieet kanker kon genezen.

Zijn conclusie raakte kant noch wal, en dat werd destijds in de media ook breed uitgemeten, maar Moerman en zijn talloze aanhangers warenOost-Indisch doof voor deze correctie. Maar achteraf zijn enkele second thoughts inzake deze vaststelling to the point. Deze overweging baseer ik op retrospectief min of meer goed wetenschappelijk onderzoek dat eind vorige eeuw is uitgevoerd. Dat heeft enerzijds aannemelijk gemaakt dat nagenoeg alle door Moerman behandelde patiënten ofwel helemaal geen kanker hadden, ofwel ook reguliere therapie kregen, ofwel kort na de gangbare vijf-jaar-follow up toch overleden waren. Anderzijds zijn er aanwijzingen dat van vele duizenden mensen die het Moerman-dieet gevolgd hebben – of, beter gezegd, aan wie Moerman zijn dieet voorgeschreven heeft; dat is niet hetzelfde – enkelen significant langer geleefd hebben zonder dat ze ook reguliere therapie gekregen hadden.

Ik pak dit motief op, omdat dit resultaat suggereert dat Moerman, onbedoeld en niet wetend wat hij deed, één draad in het denken over ziekte opgepakt had, die het waard is vast te houden. Het dieet dat hij zijn patiënten voorschreef, was zo grotesk onmogelijk dat alleen mensen met een schier bovenmenselijke wilsinspanning en lichaamsbeheersing de dynamiek zouden kunnen volgen die door dit dieet ontstaat tussen deze voeding en hun lichaam, ziel en geest. En die wilsinspanning zou, aldus recente inzichten, misschen het immuunsysteem zó hebben kunnen beïnvloeden [noteer het nadrukkelijke voorbehoud!], dat die in / bij sommige gevallen van kanker een beginnende vorm van de ziekte tot verdwijnen zou hebben kunnen brengen.

Wie mij voorhoudt dat ik met zulke gedachten louter speculatie debiteer, zal ik niet tegenspreken. Volgende posts op WordPress zullen er op in gaan.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Taal werkt TUSSEN de woorden

NRC 18 september, mooie tekst bij een overlijdensadvertentie:

Denk aan mij zoals ik was,

dan is het net alsof ik je weer herken.

Denk aan mij zoals ik was,

en niet zoals ik ben geworden.

Taal werkt TUSSEN de woorden, niet IN de woorden.

‘Zoals ik was’ is open. Wie dat leest, vult zelf in wat hij denkt.

‘Zoals ik ben geworden’ is final, een eindproduct, dood, en dat herkent de overlevende niet in de overledene

Geplaatst in Uncategorized | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Het enige echt serieuze filosofische probleem

NRC 16/17 september. Sympathiek interview met ‘achterblijver’ van iemand die zelfmoord heeft gepleegd [Nathan Vos schreef een boek om de niks-aan-de-hand-man te doorgronden, na de zelfdoding van zijn broer David. „Ik had op z’n minst kunnen proberen verder in zijn hoofd te komen.”, tekst Rinskje Koelewijn; Nathan Vos (46) is hoofdredacteur van maandblad Zin. Dat is “een tijdschrift met toegankelijke, maar diepgravende verhalen, bijzondere interviews met inspirerende mensen, karaktervolle columns, vrolijke tips en actuele achtergrond, met als gemene deler de liefde voor de tweede helft van ons leven”, haal ik van hun site. Ik had er nog nooit van gehoord …]

Zelfmoord … – het komt steeds verder uit de taboesfeer. Heel goed: zelfmoord is het enige echt serieuze filosofische probleem. Zo stelt Albert Camus (1913-1960) het in de eerste zin van ‘De mythe van Sisyphus – essay over het absurde’ (1942), en hij heeft helemaal gelijk. In zelfmoord knallen de drie grootste thema’s uit de Europese filosofie op elkaar:

(1) de metafysica, geconcretiseerd in de vraag of hierna nog ‘iets’ komt, zo ja ‘wat’ en alsdan of de manier waarop ik heb geleefd en mijn leven geëindigd heb, enige relevantie heeft inzake dit ‘iets’,

(2) de seculiere dimensie van het hier en nu geconcretiseerd in de vragen ‘wat kan ik weten, hoe moet ik handelen?’, met als een soort ‘bovenbouw naar het transcendente de anamnesis, en

(3) de vrije wil [in het Duits heet het ook wel ‘Freitod‘].

Camus schreef zijn essay tachtig jaar geleden. Intussen is er zeer veel gebeurd, bij gekomen, verdwenen en veranderd, en de veranderingen gaan in verhevigde mate door, maar ‘moord’ met en zonder ‘zelf’ ervoor is nog steeds ‘moord’ en dat mag niet verward worden met ‘hulp bij sterven’ zoals de voltooid-leven-activisten het misnoemen.

Geplaatst in Uncategorized | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

In de reïncarnatie is de mens afwisselend man en vrouw.

Zeldzaam ‘Groot Verhaal’ in de NRC van 9 mei, een zogenoemd ‘maandaginterview’. Ellen de Bruin spreekt in Heerenveen met Arita Blokland (85). Die “heeft vier kinderen en een geesteskind dat al haar aandacht vroeg. Een wereld met … mannen die vroeger vrouw waren, zou een veel betere wereld zijn. Dat is de theorie waaraan ze nog steeds werkt.”

Ik citeer: ‘Eind vorig jaar kwam er een mail binnen van een lezeres, Arita Blokland. „Ik ben een vrouw van bijna 85”, schreef ze. „De tweede helft van mijn leven ben ik op zoek geweest naar waarom de mens handelt zoals hij handelt en dan vooral de mannelijke mens. Sinds de moord op de Joden in de Tweede Wereldoorlog heeft die vraag mij altijd beziggehouden. […] Ik heb zelf geen contacten in de academische wereld. Daarom doe ik een beroep op u om het stuk waar ik de afgelopen jaren aan heb gewerkt, aandachtig en met een open geest te lezen.” Ze stuurde een bijlage mee van 26 pagina’s. …

Mevrouw Blokland bleek jarenlang aan een theorie te hebben gewerkt die hierop neerkomt: er is iets misgegaan in de evolutie van de mens, met name in de scheiding der geslachten. Eigenlijk zou iedereen met een tweeslachtige aanleg geboren moeten worden, om zich in de puberteit tot vrouw te ontwikkelen en vervolgens in de overgang man te worden. Zo hád het kunnen gaan, volgens Blokland: er zijn nog restanten van die tweeslachtige aanleg, …

… En dit is de crux van Bloklands theorie: dat dat bij mensen niet zo gaat, is de bron van alle kwaad. Een wereld bevolkt met jonge vrouwen en met oudere mannen die vroeger vrouw waren, zou een veel betere wereld zijn. … zonder de agressie die jonge mannen kenmerkt. Want een man die in zijn vorige levensfase moeder werd, zal niet zo snel een mens, iemands kind, doden.…

En thuis deed Blokland haar onderzoek. Ze was altijd alert op nieuwe informatie om haar theorie mee bij te vijlen, variërend van boeken van Piet Vroon en Thomas Kuhn, tot artikelen uit Science, National Geographic en de wetenschapspagina’s van NRC. Ze laat een houten bak in haar woonkamer zien, vol met alles wat ze verzamelde. „Het was een barre tocht. Maar het is alsof je altijd ontvankelijk bent; je aandacht valt steeds op wat je hebben moet.” …

… Wat moet er nu gebeuren met haar theorie, wat wil ze? „Dat er in die richting een vervolgonderzoek komt van de mensen die ervoor doorgeleerd hebben. Als mijn theorie klopt, als dit de bron van het kwaad is, dan had het anders moeten lopen.”

Maar de evolutie is toch niet meer te veranderen? „Nee, maar we kunnen ons gedrag wel veranderen, als we er inzicht in hebben.”

Tot zover Arita Blokland in gesprek met Ellen de Bruin. “We kunnen ons gedrag … veranderen, als we er inzicht in hebben”, herhaal ik. Dat is zonder meer juist. Maar de retorische vraag “De evolutie is toch niet meer te veranderen” beantwoord ik anders. In de reïncarnatie is de mens afwisselend man en vrouw.

Ik citeer uit mijn boekje ‘Reïncarnatie? Essay over de veranderende aard van de kennis’ Uitgeverij Ad. Donker, Rotterdam, 2010 ISBN 9789061006442:

Het probleem is dat reïncarnatie niet kan. Ik kan alleen ‘ik’ zeggen omdat ik een lichaam heb. Hiervoor was dat lichaam er niet. Ik kan mij totaal geen voorstelling maken over hoe het hiervoor geweest moet zijn, toen ik geen lichaam had. En hierna zal dat lichaam er niet meer zijn. Over hoe dat dan zal voelen, kan ik me evenmin een voorstelling vormen. Ik kan dus helemaal niet denken, niet spreken, niet schrijven over hoe het hiervoor was en over hoe het hierna zal zijn. Wat moet ik dan nog met reïncarnatie?

En toch wil ik er iets mee. De gedachte dat de dood het absolute einde zonder meer zou zijn, is een schandaal. Bovendien is het een anomalie. Alleen de moderne westerse cultuur ziet de dood zo. Omgekeerd suggereert het idee van een hiervoormaals dat ik daaruit allerlei inspiratie heb meegenomen voor mijn leven hier en nu op aarde. Daar ben ik mij totaal niet van bewust, maar het is een uitdaging om dat bewust te maken. Daar wil ik woorden aan geven. Dilemma!

‘Waarom wil je daar “woorden aan geven”, zoals je dat noemt,’ houdt een goede vriend mij voor. ‘En wat wil je precies?’

‘Ik wil het omdat ik die onzekerheid niet verdraag. Ik wil weten wie of wat ik in mijn vorig leven was. In alle theorieën en verhalen die over reïncarnatie circuleren is de mens afwisselend man en vrouw. Het idee dat ik via reïncarnatie ook zou ervaren hoe het is om te leven als de helft van het mens-zijn die nu voor me verborgen is, geeft een unieke flavour aan mijn leven hier en nu – maar ik wil wel weten of dat idee realistisch is en niet zomaar wat rare wishful thinking.En ik zie niet in waarom ik dat niet te weten zou kunnen komen. Ik heb voor mijn gevoel logisch afgeleid dat via reïncarnatie zekere kennis over het hiervoor en het hierna verworven kan worden. Maar hoe werkt reïncarnatie precies? Hoe wordt een wezen dat zich in het hiertussenmaals opmaakt om mens te worden via een incarnatie in een lichaam dat hij van twee al aanwezige mensen krijgt, daadwerkelijk mens? De kennis daarover wil ik zoeken en ik wil bovendien de resultaten van dat zoeken zó onder woorden brengen, dat ze een aantal mensen op z’n minst aanspreken. Anders geloof ik ze zelf niet.’

‘Waarom doe je dat dan niet gewoon?’

‘Je stelt de verkeerde vraag. Ik doe het wel degelijk – alleen niet “gewoon”. Ik denk erover, ik spreek erover, ik schrijf ik erover. Maar elke nieuwe dag schrap ik wat ik de vorige dag geschreven had.

‘ ”Ik begrijp het,’ antwoordt mijn goede vriend. ‘Je hebt het Penelope-complex’ – helemaal zoals verbeeld in de mythe over de trouwe echtgenote van Odysseus.’

‘Zo is het,’ bevestig ik. ‘Zo werkt dat bij mij. Penelope wacht twintig jaar op de terugkeer van haar geliefde, allerlei mannen die haar begeren dringen erop aan dat zij één van hen kiest als nieuwe echtgenoot en zij antwoordt hen: “Zodra ik met mijn weefwerk klaar ben, zal ik een van jullie kiezen.” Penelope zit de hele dag te weven en die mannen denken dus “dat gaat goed,” maar ’s nachts haalt ze alles uit wat ze de vorige dag geweven heeft. Inderdaad – zo vergaat het mij. Elke ochtend, zodra ik wakker ben, onderzoek ik wat de nacht me aan wijsheid gebracht heeft en elke ochtend stel ik vast dat wat ik de vorige dag geschreven had zo niet kan, achterhaald is … – vul maar in. En je beeldspraak is treffend. Tekst is “textura”, weefsel. Elke dag schrijf ik, elke nacht komt bij me terug wat ik geschreven heb en elke volgende dag haal ik mijn woordenweefsel van de vorige dag uiteen en begin ik opnieuw. Heb je ook een oplossing voor mijn dilemma?’

Dat heeft mijn vriend. ‘Je hebt nu al bijna twee jaar een blog, … ‘ begint hij. Ik volg hem en ga door op wat hij inbrengt. ‘Ik schrijf inderdaad sinds eind 2008 onder de titel ‘Middernachtszon’ een blog op de site van de Volkskrantblog,’ vul ik aan. ‘Daar ben ik mee begonnen in verband met een project over kind en televisie waar ik toen aan werkte. Die televisiebeelden zijn schadelijk voor kinderen want ze hebben een verlammend effect op de herinneringen aan het hiervoormaals die onbewust in kinderen leven. Bij de gangbare media kreeg ik daarvoor nauwelijks gehoor. Daarom ben ik toen een blog begonnen. Vaak gaat het in dat blog over reïncarnatie en altijd kan ik onbekommerd kwijt wat ik kwijt wil. Maar als ik achteraf herlees wat ik eerder geschreven heb, denk ik altijd “nee, zo is het niet.” Met teksten in cyberspace is dat niet erg. Dat zijn eendagsvliegen. Maar ik wil ook een tekst maken over reïncarnatie die geen eendagsvlieg is. Dat is het dilemma.’

Mijn vriend begrijpt me. ‘Zet een gedachten-experiment op,´ adviseert hij. ´Stel je voor dat je weet dat je nog maar kort te leven hebt. Doe intussen alsof je alles weet dat een mens kan weten en alsof alles wat je kunt denken realiteit is. Zet dat op een rijtje, schrijf ook vrijuit over je twijfels en onzekerheden en over wat je zou moeten onderzoeken om verder te komen, orden dat zo goed mogelijk en maak daar een boekje van. Ga intussen door met je blog en broed daar je eendagsvliegen uit. Je hebt trouwens ook de site www.kairos-kr.nl voor je bedenksels over reïncarnatie, toch? Daar kun je helemaal onbekommerd kwijt wat je zo nodig nog kwijt moet.’

Ik begrijp wat hij me adviseert en ga het doen. Ik knijp mijn neus dicht en ga in mijn ene hersenhelft bedenken wat ik nu en alleen voor mezelf over reïncarnatie wil en kan samenvatten in woorden die …

Wordt vervolgd

 

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen