Eigen risico, eigen lichaam, en zelfkennis

NRC 22 september: een ‘aandoenlijk’ onderwerp, vandaag in het hoofdartikel. Ik citeer:

‘De verhoging van het eigen risico in de zorg van 385 euro naar 400 euro in de zorg gaat niet door. … . Het was aandoenlijk om te zien hoe de onderhandelaars van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie donderdag opeens alle tijd bleken te hebben om deze sigaar uit eigen doos op het Binnenhof uit te venten tegenover een ieder die dit maar horen wilde.’

Het sarcasme dat in het commentaar doorklinkt is helemaal terecht. Dit is nieuws in het format van een orkaan in een vingerhoed jenever.

Maar er staat ook wel iets verstandigs in: ‘ Eigenlijk is het probleem … heel simpel. … Het eigen risico werd in 2008 ingevoerd als instrument om de kosten voor de gezondheidszorg inzichtelijker te maken. … Eigen risico wordt ook wel “remgeld” genoemd. Mensen maken een strengere afweging voor ze een beroep doen op medische zorg als zij ook iets uit de eigen portemonnee moeten bijdragen, is de leidende gedachte.’

Voor dat laatste heb ik een krachtig, ter plaatse uit de klei getrokken argument. Het komt uit een van de beroemdste gevallen uit de alternatieve geneeswijzen in Nederland, de casus-Moerman.

Van 1929 tot kort voor zijn dood in 1988 praktiseerde Cornelis Moerman als huisarts op het landgoed van zijn familie in Vlaardingen. Vanaf ongeveer 1955 was hij ongeveer dertig jaar beroemd in Nederland. Tot vandaag leeft zijn naam voort in verschillende exotische regionen van de alternatieve genezerij. Een Engelstalige Wikipedia-website memoreert hem als de uitvinder van ‘a purported cancer treatment … ‘ waarvan verder alleen wordt gezegd: ‘Its effectiveness is supported by anecdote only‘.

In de jaren waarin Moerman veel in de publiciteit kwam, was ik in mijn vrije tijd de vaste medisch medewerker van de NRC Handelsblad. In die kwaliteit had ik eens over hem geschreven. Als gevolg daarvan nodigde een fervente aanhanger van hem mij toen met nadruk uit zelf eens in zijn praktijk te komen kijken. Dat heb ik toen gedaan. Bij die gelegenheid heb ik Moerman toen leren kennen als (1) een absoluut integere, authentieke zoeker naar kennis, (2) een goede arts in de zin van een beoefenaar van de geneeskunst, (3) begiftigd met groot charisma, en, maar vooral, (4) zodanig bezeten van een totaal ongerijmd idée-fixe over kanker en de therapie daarvan, dat zijn leven en werk een toonbeeld is geworden van hoe erg iets fout kan gaan wanneer iemand met grote innerlijke zekerheid iets totaal verkeerds te pakken heeft.

In deze combinatie van kenmerken samen verschijnt Moerman nu achteraf als een soort eenmans-mini-paradigma voor de analyse van de gezondheidszorg, met de volgende vraag als startpunt: was Moerman, afgezien van de vier bovengenoemde genoemde kenmerken, ook wat we noemen ‘normaal intelligent’, of was er academisch-psychiatrisch toch echt een steekje los aan hem, en misschien nog erger: was hij daardoor een gevaar voor anderen?

Mijn antwoord begint met een Shakespeare quote: Though this be madness, yet there is method in it.’ Moerman volgde een redenatie waarin wij met de nodige fantasie ook enige method mogen, misschien zelfs kunnen onderkennen. Hij was behalve arts ook een amateur-duivenmelker. In zijn werk met zijn duiven meende hij opgemerkt te te hebben dat duiven nooit kanker krijgen. Deze vermeende, onjuiste observatie combineerde hij met zijn inzichten over de voeding die hij zijn duiven gaf. Uit het resultaat concludeerde vervolgens hij dat een speciaal op zijn duivenvoeding geïnspireerd dieet kanker kon genezen.

Zijn conclusie raakte kant noch wal, en dat werd destijds in de media ook breed uitgemeten, maar Moerman en zijn talloze aanhangers warenOost-Indisch doof voor deze correctie. Maar achteraf zijn enkele second thoughts inzake deze vaststelling to the point. Deze overweging baseer ik op retrospectief min of meer goed wetenschappelijk onderzoek dat eind vorige eeuw is uitgevoerd. Dat heeft enerzijds aannemelijk gemaakt dat nagenoeg alle door Moerman behandelde patiënten ofwel helemaal geen kanker hadden, ofwel ook reguliere therapie kregen, ofwel kort na de gangbare vijf-jaar-follow up toch overleden waren. Anderzijds zijn er aanwijzingen dat van vele duizenden mensen die het Moerman-dieet gevolgd hebben – of, beter gezegd, aan wie Moerman zijn dieet voorgeschreven heeft; dat is niet hetzelfde – enkelen significant langer geleefd hebben zonder dat ze ook reguliere therapie gekregen hadden.

Ik pak dit motief op, omdat dit resultaat suggereert dat Moerman, onbedoeld en niet wetend wat hij deed, één draad in het denken over ziekte opgepakt had, die het waard is vast te houden. Het dieet dat hij zijn patiënten voorschreef, was zo grotesk onmogelijk dat alleen mensen met een schier bovenmenselijke wilsinspanning en lichaamsbeheersing de dynamiek zouden kunnen volgen die door dit dieet ontstaat tussen deze voeding en hun lichaam, ziel en geest. En die wilsinspanning zou, aldus recente inzichten, misschen het immuunsysteem zó hebben kunnen beïnvloeden [noteer het nadrukkelijke voorbehoud!], dat die in / bij sommige gevallen van kanker een beginnende vorm van de ziekte tot verdwijnen zou hebben kunnen brengen.

Wie mij voorhoudt dat ik met zulke gedachten louter speculatie debiteer, zal ik niet tegenspreken. Volgende posts op WordPress zullen er op in gaan.

Posted in Uncategorized | 1 Comment

Ironie verpolderd levert kwaadaardige flauwekul op

Vanavond NPO 2, 23.00 uur, over Herman Koch, boegbeeld van de hedendaagse Nederlandse Literatuur.

‘Herman Koch … noemt zichzelf “ironicus”. Boeiend, … Bij lezing van het Boekenweekgeschenk 2017, Makkelijk leven, lijkt de ironie inderdaad hoogtij te vieren … : de zowel in materieel als immaterieel opzicht succesvolle schrijver van zelfhulpboeken Tom Sanders, reduceert de huwelijksproblemen van zijn jongste zoon vakkundig tot een bagatel en ontwikkelt vervolgens, in een plot-twist, sterk-amoureuze gevoelens voor zijn schoondochter. (Hé, verboden vrucht!)’

In deze amper vijf dozijn woorden, overgenomen van www.letterenfonds, is de hedendaagse Nederlandse Literatuur knap samengevat. De mix van onwetendheid annex niet-weten-van eigen onwetendheid en arrogantie is uniek in de wereld. Ironie, startpagina van de Europese filosofie bij Socrates en zijn leerling Plato wordt hier omgeturnd tot de platst denkbare [inderdaad, helemaal Nederlandse signatuur] tot een variant van flauwe kul die de kenmerken heeft van maligne celgroei. De ongelukkige die zoiets over zich heen krijgt blijft lezen tot alles weggevreten is en niets meer over blijft dat nog de moeite waard is.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Vaccinatie, filosofie en vervreemding van mensen met afwijkende ideeën

Gelijk op met alternatieve geneeswijzen, kwakzalverij en aanverwante thema’s is ook vaccinatie terug van weggeweest in de krant. Vandaag een ingezonden brief naar aanleiding van een eerder artikel:

‘De filosofen Marcel Verweij en Roland Pierik kunnen prima op rationele gronden uitleggen wat het belang van het kind en de samenleving is en hoe dit voorop moet staan (Voorkom dwang en laat je kind gewoon vaccineren, 22/9). Maar wat ik verwacht van vooraanstaande filosofen is dat ze uitleggen hoe mensen in de eerste plaats tot dit soort verkeerde inzichten komen. Hoe deze ‘verdraaide feiten’ een emotioneel karakter krijgen. Hoe sociale media, individualisering, ontkerkelijking en moderne diagnostische en medische methoden bijdragen aan het ontstaan van spookbeelden in ons vaccinatieprogramma. En bovenal verwacht je van een filosoof te leren hoe we een gesprek aangaan met deze mensen die hun kinderen met eventueel ernstige aandoeningen opzadelen. Laat mensen met afwijkende ideeën zich dus niet verder vervreemden van onze samenleving, alsjeblieft.’ w.g. Gerben Oebele Postema

Mooie mix van ‘mee eens‘ [het artikel van Verweij en Pierik was filosofisch inderdaad zwaar onder de maat. Het was gewoon een herhaling van de bekende riedeltjes waarmee de verenigde kwakzalverijbestrijders al meer dan een eeuw goede sier menen te maken]

en

niet mee eens‘ [deze mensen zadelen hun kinderen niet met eventueel ernstige aandoeningen op.

Het discours over wel/niet vaccineren is sinds eind vorige eeuw radicaal veranderd dor door een baanbrekende publikatie in The Lancet:Increased prevalence of atopic disorders in children may be associated with changes in types of childhood infections, vaccination programmes, and intestinal microflora. People who follow an anthroposophic way of life use antibiotics restrictively, have few vaccinations, and their diet usually contains live lactobacilli, which may affect the intestinal microflora. We aimed to study the prevalence of atopy in children from anthroposophic families and the influence of an anthroposophic lifestyle on atopy prevalence.’]

Critici die dit niet weten, hoeven niet serieus genomen te worden; commentatoren die zich ‘filosoof’ noemen die dit niet weten, dienen hun filosofie-diploma in te leveren.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Taal werkt TUSSEN de woorden

NRC 18 september, mooie tekst bij een overlijdensadvertentie:

Denk aan mij zoals ik was,

dan is het net alsof ik je weer herken.

Denk aan mij zoals ik was,

en niet zoals ik ben geworden.

Taal werkt TUSSEN de woorden, niet IN de woorden.

‘Zoals ik was’ is open. Wie dat leest, vult zelf in wat hij denkt.

‘Zoals ik ben geworden’ is final, een eindproduct, dood, en dat herkent de overlevende niet in de overledene

Posted in Uncategorized | Tagged , , | Leave a comment

Het enige echt serieuze filosofische probleem

NRC 16/17 september. Sympathiek interview met ‘achterblijver’ van iemand die zelfmoord heeft gepleegd [Nathan Vos schreef een boek om de niks-aan-de-hand-man te doorgronden, na de zelfdoding van zijn broer David. „Ik had op z’n minst kunnen proberen verder in zijn hoofd te komen.”, tekst Rinskje Koelewijn; Nathan Vos (46) is hoofdredacteur van maandblad Zin. Dat is “een tijdschrift met toegankelijke, maar diepgravende verhalen, bijzondere interviews met inspirerende mensen, karaktervolle columns, vrolijke tips en actuele achtergrond, met als gemene deler de liefde voor de tweede helft van ons leven”, haal ik van hun site. Ik had er nog nooit van gehoord …]

Zelfmoord … – het komt steeds verder uit de taboesfeer. Heel goed: zelfmoord is het enige echt serieuze filosofische probleem. Zo stelt Albert Camus (1913-1960) het in de eerste zin van ‘De mythe van Sisyphus – essay over het absurde’ (1942), en hij heeft helemaal gelijk. In zelfmoord knallen de drie grootste thema’s uit de Europese filosofie op elkaar:

(1) de metafysica, geconcretiseerd in de vraag of hierna nog ‘iets’ komt, zo ja ‘wat’ en alsdan of de manier waarop ik heb geleefd en mijn leven geëindigd heb, enige relevantie heeft inzake dit ‘iets’,

(2) de seculiere dimensie van het hier en nu geconcretiseerd in de vragen ‘wat kan ik weten, hoe moet ik handelen?’, met als een soort ‘bovenbouw naar het transcendente de anamnesis, en

(3) de vrije wil [in het Duits heet het ook wel ‘Freitod‘].

Camus schreef zijn essay tachtig jaar geleden. Intussen is er zeer veel gebeurd, bij gekomen, verdwenen en veranderd, en de veranderingen gaan in verhevigde mate door, maar ‘moord’ met en zonder ‘zelf’ ervoor is nog steeds ‘moord’ en dat mag niet verward worden met ‘hulp bij sterven’ zoals de voltooid-leven-activisten het misnoemen.

Posted in Uncategorized | Tagged , , , | Leave a comment

In de reïncarnatie is de mens afwisselend man en vrouw.

Zeldzaam ‘Groot Verhaal’ in de NRC van 9 mei, een zogenoemd ‘maandaginterview’. Ellen de Bruin spreekt in Heerenveen met Arita Blokland (85). Die “heeft vier kinderen en een geesteskind dat al haar aandacht vroeg. Een wereld met … mannen die vroeger vrouw waren, zou een veel betere wereld zijn. Dat is de theorie waaraan ze nog steeds werkt.”

Ik citeer: ‘Eind vorig jaar kwam er een mail binnen van een lezeres, Arita Blokland. „Ik ben een vrouw van bijna 85”, schreef ze. „De tweede helft van mijn leven ben ik op zoek geweest naar waarom de mens handelt zoals hij handelt en dan vooral de mannelijke mens. Sinds de moord op de Joden in de Tweede Wereldoorlog heeft die vraag mij altijd beziggehouden. […] Ik heb zelf geen contacten in de academische wereld. Daarom doe ik een beroep op u om het stuk waar ik de afgelopen jaren aan heb gewerkt, aandachtig en met een open geest te lezen.” Ze stuurde een bijlage mee van 26 pagina’s. …

Mevrouw Blokland bleek jarenlang aan een theorie te hebben gewerkt die hierop neerkomt: er is iets misgegaan in de evolutie van de mens, met name in de scheiding der geslachten. Eigenlijk zou iedereen met een tweeslachtige aanleg geboren moeten worden, om zich in de puberteit tot vrouw te ontwikkelen en vervolgens in de overgang man te worden. Zo hád het kunnen gaan, volgens Blokland: er zijn nog restanten van die tweeslachtige aanleg, …

… En dit is de crux van Bloklands theorie: dat dat bij mensen niet zo gaat, is de bron van alle kwaad. Een wereld bevolkt met jonge vrouwen en met oudere mannen die vroeger vrouw waren, zou een veel betere wereld zijn. … zonder de agressie die jonge mannen kenmerkt. Want een man die in zijn vorige levensfase moeder werd, zal niet zo snel een mens, iemands kind, doden.…

En thuis deed Blokland haar onderzoek. Ze was altijd alert op nieuwe informatie om haar theorie mee bij te vijlen, variërend van boeken van Piet Vroon en Thomas Kuhn, tot artikelen uit Science, National Geographic en de wetenschapspagina’s van NRC. Ze laat een houten bak in haar woonkamer zien, vol met alles wat ze verzamelde. „Het was een barre tocht. Maar het is alsof je altijd ontvankelijk bent; je aandacht valt steeds op wat je hebben moet.” …

… Wat moet er nu gebeuren met haar theorie, wat wil ze? „Dat er in die richting een vervolgonderzoek komt van de mensen die ervoor doorgeleerd hebben. Als mijn theorie klopt, als dit de bron van het kwaad is, dan had het anders moeten lopen.”

Maar de evolutie is toch niet meer te veranderen? „Nee, maar we kunnen ons gedrag wel veranderen, als we er inzicht in hebben.”

Tot zover Arita Blokland in gesprek met Ellen de Bruin. “We kunnen ons gedrag … veranderen, als we er inzicht in hebben”, herhaal ik. Dat is zonder meer juist. Maar de retorische vraag “De evolutie is toch niet meer te veranderen” beantwoord ik anders. In de reïncarnatie is de mens afwisselend man en vrouw.

Ik citeer uit mijn boekje ‘Reïncarnatie? Essay over de veranderende aard van de kennis’ Uitgeverij Ad. Donker, Rotterdam, 2010 ISBN 9789061006442:

Het probleem is dat reïncarnatie niet kan. Ik kan alleen ‘ik’ zeggen omdat ik een lichaam heb. Hiervoor was dat lichaam er niet. Ik kan mij totaal geen voorstelling maken over hoe het hiervoor geweest moet zijn, toen ik geen lichaam had. En hierna zal dat lichaam er niet meer zijn. Over hoe dat dan zal voelen, kan ik me evenmin een voorstelling vormen. Ik kan dus helemaal niet denken, niet spreken, niet schrijven over hoe het hiervoor was en over hoe het hierna zal zijn. Wat moet ik dan nog met reïncarnatie?

En toch wil ik er iets mee. De gedachte dat de dood het absolute einde zonder meer zou zijn, is een schandaal. Bovendien is het een anomalie. Alleen de moderne westerse cultuur ziet de dood zo. Omgekeerd suggereert het idee van een hiervoormaals dat ik daaruit allerlei inspiratie heb meegenomen voor mijn leven hier en nu op aarde. Daar ben ik mij totaal niet van bewust, maar het is een uitdaging om dat bewust te maken. Daar wil ik woorden aan geven. Dilemma!

‘Waarom wil je daar “woorden aan geven”, zoals je dat noemt,’ houdt een goede vriend mij voor. ‘En wat wil je precies?’

‘Ik wil het omdat ik die onzekerheid niet verdraag. Ik wil weten wie of wat ik in mijn vorig leven was. In alle theorieën en verhalen die over reïncarnatie circuleren is de mens afwisselend man en vrouw. Het idee dat ik via reïncarnatie ook zou ervaren hoe het is om te leven als de helft van het mens-zijn die nu voor me verborgen is, geeft een unieke flavour aan mijn leven hier en nu – maar ik wil wel weten of dat idee realistisch is en niet zomaar wat rare wishful thinking.En ik zie niet in waarom ik dat niet te weten zou kunnen komen. Ik heb voor mijn gevoel logisch afgeleid dat via reïncarnatie zekere kennis over het hiervoor en het hierna verworven kan worden. Maar hoe werkt reïncarnatie precies? Hoe wordt een wezen dat zich in het hiertussenmaals opmaakt om mens te worden via een incarnatie in een lichaam dat hij van twee al aanwezige mensen krijgt, daadwerkelijk mens? De kennis daarover wil ik zoeken en ik wil bovendien de resultaten van dat zoeken zó onder woorden brengen, dat ze een aantal mensen op z’n minst aanspreken. Anders geloof ik ze zelf niet.’

‘Waarom doe je dat dan niet gewoon?’

‘Je stelt de verkeerde vraag. Ik doe het wel degelijk – alleen niet “gewoon”. Ik denk erover, ik spreek erover, ik schrijf ik erover. Maar elke nieuwe dag schrap ik wat ik de vorige dag geschreven had.

‘ ”Ik begrijp het,’ antwoordt mijn goede vriend. ‘Je hebt het Penelope-complex’ – helemaal zoals verbeeld in de mythe over de trouwe echtgenote van Odysseus.’

‘Zo is het,’ bevestig ik. ‘Zo werkt dat bij mij. Penelope wacht twintig jaar op de terugkeer van haar geliefde, allerlei mannen die haar begeren dringen erop aan dat zij één van hen kiest als nieuwe echtgenoot en zij antwoordt hen: “Zodra ik met mijn weefwerk klaar ben, zal ik een van jullie kiezen.” Penelope zit de hele dag te weven en die mannen denken dus “dat gaat goed,” maar ‘s nachts haalt ze alles uit wat ze de vorige dag geweven heeft. Inderdaad – zo vergaat het mij. Elke ochtend, zodra ik wakker ben, onderzoek ik wat de nacht me aan wijsheid gebracht heeft en elke ochtend stel ik vast dat wat ik de vorige dag geschreven had zo niet kan, achterhaald is … – vul maar in. En je beeldspraak is treffend. Tekst is “textura”, weefsel. Elke dag schrijf ik, elke nacht komt bij me terug wat ik geschreven heb en elke volgende dag haal ik mijn woordenweefsel van de vorige dag uiteen en begin ik opnieuw. Heb je ook een oplossing voor mijn dilemma?’

Dat heeft mijn vriend. ‘Je hebt nu al bijna twee jaar een blog, … ‘ begint hij. Ik volg hem en ga door op wat hij inbrengt. ‘Ik schrijf inderdaad sinds eind 2008 onder de titel ‘Middernachtszon’ een blog op de site van de Volkskrantblog,’ vul ik aan. ‘Daar ben ik mee begonnen in verband met een project over kind en televisie waar ik toen aan werkte. Die televisiebeelden zijn schadelijk voor kinderen want ze hebben een verlammend effect op de herinneringen aan het hiervoormaals die onbewust in kinderen leven. Bij de gangbare media kreeg ik daarvoor nauwelijks gehoor. Daarom ben ik toen een blog begonnen. Vaak gaat het in dat blog over reïncarnatie en altijd kan ik onbekommerd kwijt wat ik kwijt wil. Maar als ik achteraf herlees wat ik eerder geschreven heb, denk ik altijd “nee, zo is het niet.” Met teksten in cyberspace is dat niet erg. Dat zijn eendagsvliegen. Maar ik wil ook een tekst maken over reïncarnatie die geen eendagsvlieg is. Dat is het dilemma.’

Mijn vriend begrijpt me. ‘Zet een gedachten-experiment op,´ adviseert hij. ´Stel je voor dat je weet dat je nog maar kort te leven hebt. Doe intussen alsof je alles weet dat een mens kan weten en alsof alles wat je kunt denken realiteit is. Zet dat op een rijtje, schrijf ook vrijuit over je twijfels en onzekerheden en over wat je zou moeten onderzoeken om verder te komen, orden dat zo goed mogelijk en maak daar een boekje van. Ga intussen door met je blog en broed daar je eendagsvliegen uit. Je hebt trouwens ook de site www.kairos-kr.nl voor je bedenksels over reïncarnatie, toch? Daar kun je helemaal onbekommerd kwijt wat je zo nodig nog kwijt moet.’

Ik begrijp wat hij me adviseert en ga het doen. Ik knijp mijn neus dicht en ga in mijn ene hersenhelft bedenken wat ik nu en alleen voor mezelf over reïncarnatie wil en kan samenvatten in woorden die …

Wordt vervolgd

 

 

 

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Overledenen kunnen in speciale situaties concreet aanwezig zijn

Dit jaar vielen donderdag, 5 mei, Hemelvaarts- EN Bevrijdingsdag, toevallig op één dag. Traditiegetrouw zijn op 4 mei door een stoet Bekende Nederlanders kransen gelegd op de Dam. Daar was in het verleden soms nogal wat over te doen. Nu luidt het officiële gedenkschrift voor 4 mei: ‘Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij allen – burgers en militairen – die … waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in oorlogssituaties en bij vredesoperaties’.
Maar als ik goed gezien heb, ontbrak er iets. Voor zover ik de plechtigheid via de buis heb gevolgd, is er geen krans gelegd voor de Indonesische burgers die in de zogenaamde ‘politionele actie’ door Nederlandse militairen zijn vermoord. De laatste tijd is daar, met recht en reden, in de media aandacht aan besteed. Om hen nu niet ook officieel te gedenken, is een verzuim, lijkt me. Herdenken vraagt om accurate, historische analyse, en die lijkt hier niet uitgevoerd te zijn.

Dan Pinksteren. Het Nederlands Dagblad maakte ons 5 mei [? geldt de zondagsrust op deze dag niet voor de redactie?] lekker met de volgende tekst: ‘Morgen is het Hemelvaart. Jezus beloofde voor zijn vertrek voor zijn volgelingen een plaats klaar te maken, ‘in het huis van mijn Vader met zijn vele woningen’ (Johannes 14). Dat is dus het doel, hebben sindsdien veel christenen gedacht: de hemel. Jezus achterna. Weg van deze aarde. Maar hoe legitiem, en logisch, en mooi het hemelverlangen soms ook is: mag je wel zo gemakkelijk de aarde vergeten? Vijf redenen om dat met Hemelvaart juist níét te doen. Het is opvallend hoe summier de evangelist Lukas de bijzondere gebeurtenis van Jezus’ hemelvaart beschrijft. Jezus wordt “omhooggeheven” en een wolk ontneemt zijn leerlingen het zicht (Handelingen 1, vers 9). Dat is het. In een van de oudste handschriften van het Nieuwe Testament wordt de volgorde van die twee zelfs omgedraaid: eerst de wolk, daarna de ‘opname’. Jezus onderneemt geen vrolijke ballonvaart (zoals de Zwitserse theoloog Karl Barth het ooit uitdrukte), of een antieke ruimtereis. Het is een mysterie, die hemelvaart. Echt goed zien wat er gebeurt – dat doen de leerlingen niet. Het … Dit is 8% van het artikel. ‘

Ik heb geen idee wat er in de 92% resterende tekst staat, en het zou me benieuwen of het echt iets anders is dan wat Marieke Brouwer, predikant, ruim twintig jaar geleden hierover schreef: ‘Een wolk onttrok Hem aan hun ogen’, NRC-Handelsblad 24 mei 1995, pag. 32. Zij kwalificeert het bericht in het Evangelie over de hemelvaart van Jezus als “misschien wel het meest bizarre” van de vele “ongeloofwaardigheden” in het Christelijk geloof. Gelukkig hoeft deze ongeloofwaardigheid de moderne mens echter niet van zijn geloof af te brengen want, aldus ds. Brouwer, “net zoals het Kerst- en Paasverhaal moet de vertelling van Hemelvaart niet letterlijk maar figuurlijk gelezen en begrepen worden, als een geheel van symbolen”.

Letterlijk – voor zover een moderne Nederlandse vertaling ‘letterlijk’ mag heten – staat in het verhaal: ‘Plotseling kwam er uit de hemel een geluid dat leek op een enorme windvlaag en het vulde het hele huis, waar zij zaten. Op hun hoofden vertoonden zich tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen. Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, zoals de Geest het hen gaf uit te spreken.’
Een eigentijdse uitleg die iets verder gaat dan die van ds. Brouwer herkent hierin de zogeheten glossolalie. Dat is de naam voor het verschijnsel dat alleen al door de klank van woorden de mensen uitspreken iets van de betekenis van die woorden kenbaar wordt gemaakt. Op 15 juli 2014 heb ik er in De Ster over geschreven: https://www.desteronline.nl/poldergloss/

En nu nog iets over dat toeval dat die twee feestdagen samenvielen. In de NRC van 4 mei stond een artikel dat ik goed kan gebruiken om die twee herdenkingsmomenten met elkaar te verbinden. De verbindende tekst is ‘Herdenken zonder overlevenden’, zoals de krant op de voorpagina schreef. De auteur is Tinneke Beeckman (Vlaams filosofe, Antwerpen 1976). Zij stelt in dit artikel dat ‘… herdenken vraagt om accurate, historische analyse’; ik schreef dat hierboven al.
Ik citeer verder: ‘4 mei is een emotionele aangelegenheid. Maar waak ervoor dat je de geschiedenis niet zelf inkleurt. Anders trek je de verkeerde lessen uit de oorlog. … Jarenlang diende de Tweede Wereldoorlog als referentiepunt voor oorlog en geweld. Maar houden we die periode wel op de juiste manier in herinnering? Ik vrees dat we noodzakelijke lessen overgeslagen hebben. Een vergetelheid die bij de recente aanslagen in Parijs en Brussel aan het licht kwam. Alsook bij de onverschillige houding van Europeanen tegenover militaire invallen van hun regeringen. … Sinds de jaren 1970 speelt niet alleen de gedachte van individuele verantwoordelijkheid, maar ook van een collectieve schuld. Het werd belangrijk te bewijzen dat je tot de ‘goede groep’ behoort. Belangrijker dan zich af te vragen wat waar is, wordt de vraag of je de gevoeligheden erkent. Gevolg is politieke censuur, die overheerst zodra voldoende mensen aan zelfcensuur doen. Mensen durven dan de ideeën waarvan ze weten dat ze waar zijn, niet meer te uit te spreken, of zelfs niet meer te denken. Die angst doodt het streven naar waarachtigheid.’

Well roared, lioness. Ieder jaar zullen er minder overleVENDen en des te meer overleDENn bij de herdenking zijn. Vanuit mijn nog volop levende streven naar waarachtigheid bepleit ik om een specifieke nieuwe gevoeligheid te erkennen: het prille zintuig waarmee steeds meer mensen iets gewaarworden van de concrete aanwezigheid van overledenen in speciale situaties. De ietwat speculatieve titel boven dit stukje vat samen wat ik daarmee eigenlijk bedoel.

Volgens jaar vallen 4 mei en Hemelvaartsdag ook op een donderdag – maar dan zullen er drie weken tussen liggen. Als onze Ster dan nog bestaat, zal ik er weer over schrijven.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

‘Na je dood leef je in anderen voort’

De titel van deze post is de kop boven een artikel over / interview met Jennifer Tee (*1973, Arnhem), de enige Nederlandse kunstenaar die uitgenodigd is nieuw werk te produceren voor de Manifesta in Zürich. Ze zal deze zomer een installatie maken in een rouwcentrum’, de NRC van 5 april.

Ik citeer:Vandaag maakte Manifesta bekend dat Tee, die bekendstaat om haar kleurrijke installaties vol multiculturele invloeden, bij de selectie zit van dertig kunstenaars die nieuw werk mogen maken voor de tentoonstelling.

Het thema van deze elfde editie van Manifesta is “What People Do For Money: Some Joint Ventures”. Kunstenaars worden gekoppeld aan gastheren en gastvrouwen die allemaal een specifiek beroep vertegenwoordigen, van bakkers en kappers tot bankiers of brandweerlieden.

Tee stelde voor om met een begrafenisondernemer samen te werken. Ze is net terug uit Zürich, waar ze een ontmoeting had met haar ‘host’ Rolf Steinmann, die als directeur Bestattungsamt hoofd is van alle begraafplaatsen van Zürich. „Het klikte meteen. We hebben een aantal mogelijke locaties bezocht, waaronder een mortuarium en een rouwcentrum.”

Op die laatste plek, in twee zaaltjes van de Aufbarungs Warteraum op de begraafplaats Rehalp, zal Tee komende zomer een nieuwe installatie maken. „Het is een locatie die zowel neutraal is als confronterend. De ruimtes zijn klein, maar je ziet direct waar ze voor bedoeld zijn. Het is een soort tussengebied, waar mensen worden opgebaard voordat ze begraven of gecremeerd worden. Ze zijn al overleden, maar hun lichaam is nog aanwezig. Dat lichaam is heel privé, maar hier komt het in een ander stadium terecht. Het is overgeleverd aan een bepaalde industrie, het is een object geworden. Er zit een zeker perfomatief element in de handelingen die daarna worden verricht met dat lichaam: het balsemen, het aankleden, het opmaken.”

Veel van de werken van Tee gaan over de connectie tussen lichaam en geest. Ze is erg geïnteresseerd in die tussenfase tussen leven en dood, vertelt ze. „Zolang je leeft, draag je al je herinneringen en ervaringen met je mee. Dat verandert op het moment dat je komt te overlijden. Dan wordt jouw geheugen overgenomen doordat andere mensen jou in herinnering gaan nemen. Op die manier leef je dan deels toch voort. Het zijn thema’s waarmee ik mij in mijn werk bezighoud, en waarover ik ook met de begrafenisondernemer heb gesproken. Hij vertelde me dat hij altijd aanklopte voordat hij de deur van een opbaarkamer binnentrad, uit respect voor die overleden persoon. Dat vond ik mooi. Blijkbaar wordt het lichaam dan toch nog niet gezien als object.”

… (Ze) zal in het rouwcentrum in Zürich nieuwe installaties maken – driedimensionale collages die Tee diagrammen noemt. „Ik wil dat mijn werk niet gaat over één specifieke beschaving of tijd. Het moet door alle culturen en alle religies heen gaan. Doordat ik die objecten opnieuw rangschik, komen ze weer tot leven.”’

Tot zover mijn citaat uit de krant. Wat een herkenningen … Ik kies er zomaar enkele :

… In 1995 publiceerde ik een ‘essay à permutations’ met vrijwel dezelfde titel als de kop boven dit artikel in de krant: ‘ZOLANG ER IEMAND IS DIE NOG AAN JE DENKT [ben je nog niet dood], …´ Karma en reïncarnatie [= k*r] …:: … feit of fictie, waarheid of bedenksel, realiteit of verzinsel?’

… “… een soort tussengebied, …”; ik citeer uit een recent opusculum: E.S. Bayard, ‘Laatste tekst voor de grens: requiem op een verzuim. Een woordenweefsel’: “Van Rudolf Steiner leren we dat de gestorvenen niet echt dood zijn. Ze leven alleen op een andere manier. Op die andere manier zijn ze bij ons, om ons heen, in ons. Ze kunnen ons bijstaan; omgekeerd kunnen wij hen helpen in de dimensie waarin zij nu verkeren. Die dimensie noemen wij meestal het hiernamaals. Dat is een foute naam. Dat zogenaamde hiernamaals is even goed het hiervoormaals voor ons volgend leven; dat is net zo belangrijk. Hiertussenmaals is de juiste naam, of limbus – een oud woord voor wat ook wel purgatorium of vagevuur heet.”

… “Ze zijn al overleden, maar hun lichaam is nog aanwezig. Dat lichaam is heel privé, maar … komt … in een ander stadium terecht.” Ik citeer uit het hierboven genoemde opusculum:Terra tegit carnem, Umbra circumvolat tumulum, Orcus habet manes, Spiritus astra petit” .‘De aarde bedekt het vlees, de schaduw vliegt rond de grafheuvel, de onderwereld heeft de ziel, de geest streeft naar de sterren. Een zo begrijpelijk mogelijke vertaling naar inhoud, strekking en geest zou kunnen zijn: ‘Mijn stoffelijke resten [fysiek lichaam] mogen verpieteren in de aarde tot er hoegenaamd niets van over is. Voor zover ik verwant was met de plant en ik haar krachten had gemetamorfoseerd tot vitaal bewustzijn, mijn vegetatief bestaan [aetherlichaam], zal ik de eerste tijd besteden aan het afscheid nemen daarvan. Mijn animale verlangens en begeerten en andere onbruikbare ongein die in het hiertussenmaals niet passen astraal lichaam], moeten en zullen gelouterd worden in wat bekend staat als het Purgatorium. Wat daarna van mij zal resten [mijn zgn. hogere Ik, ook wel genoemd ‘wezenskern’] zal verder opstijgen tot de Middernachtszon, het grote karmische omstulpingsmoment. Vandaar ik zal beginnen aan de afdaling naar mijn volgende incarnatie.’

Wordt vervolgd

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Het Oekraïnereferendum: een ingewikkeld samenstel van factoren en … (II): De muize(n)val

In het Oekraïnereferendum speelt op de achtergrond het conflict tussen realisten en nominalisten.

Dat is een van de oudste problemen in de filosofie.

Ik licht het toe aan een simpel voorbeeld. Spellen wij ‘muizeval’ of ‘muizenval’?

Enige tijd geleden waren er gemeenteraadsverkiezingen. ‘Raar, eigenlijk’, dacht ik toen.’Waarom spellen we ‘gemeente-raad’ en niet ‘gemeentenraad’, zoals we nu wel ‘kerkenraad’ moeten spellen?

Daarover doormijmerend kwam ik op andere ‘wel-of-niet-met-een-n-‘woorden, en via via kwam ik op de muizenval resp. muizeval.

Voor mijn gevoel leek er een wereld van verschil te bestaan tussen een muizeNval en een muiZEVal.

Nadere analyse van mijn gevoel leerde me waarom we inderdaad over twee verschillende zaken praten wanneer we spreken over een muizenval resp. een muizeval.

Wat is een muizenval? Een muizenval is een contraptie om muizen mee te vangen. Vroeger werd zo’n muis meteen nadat hij gevangen was automatisch ter dood gebracht, maar tegenwoordig hebben we muisvriendelijke muizevallen en kan de mens die die val gezet heeft de daarin gevangen muis levend en wel naar buiten brengen.

In deze nieuwe manier van omgaan met de muis manifesteert zich een nieuw respect voor de muis als zodanig, en dit nieuwe respect voor het wezen van de muis heeft, zo leerde ik uit mijn analyse van mijn gevoel, te maken met het verschil tussen muize- en muizen-val.

Sterker nog: de vraag of het muizeval of muizenval is, verwijst naar het oudste probleem van de filosofie. Dat probleem gaat over de oorsprong van onze kennis. Begint onze kennis bij de afzonderlijke dingen zoals we ze waarnemen, of begint onze kennis bij de algemene begrippen omtrent de dingen zoals we die alleen kunnen denken? We nemen weer de muis als voorbeeld. Hoe komen wij aan onze kennis omtrent de muis? Gaat dat zo, dat we eerst in de buitenwereld afzonderlijke exemplaren muizen zien, vervolgens concluderen dat die kleine grijze beestjes die we zien andere schepsels zijn dan ratten of katten en zo voort, en geven we ze ten slotte een naam, in dit geval min of meer toevallig het woord ‘muis’? Of is de volgorde misschien juist andersom? Gaat het soms zo, dat wij als mens van nature, al voordat we geboren zijn en in de buitenwereld kunnen waarnemen, in onze binnenwereld begiftigd zijn met kennis over algemene begrippen, onder andere dus van het algemene begrip omtrent de muis als zodanig, en herkennen we vervolgens in de buitenwereld die kleine grijze beestjes als afzonderlijke exemplaren van dit algemene begrip?

Het debat over het antwoord op die vraag staat in de geschiedenis van de filosofie bekend als de ‘universaliënstrijd’: de strijd om de algemene begrippen oftewel de ‘universalia’. De ene partij, de realisten, meende dat de algemene begrippen in de mens aangeboren zijn en dus in onze kennis eerst kwamen. De andere partij meende dat de algemene begrippen louter willekeurige namen zijn die we geven aan de dingen die we zien. Daarom heette die partij de ‘nominalisten’. Het lijkt misschien een abstract probleem, maar in de Middeleeuwen werd daarover hevig gedebatteerd, en vandaag de dag komt het probleem dus terug in letter ‘n’ tussen de muis en de val waarin hij gelokt wordt. De muizeval zonder n is gemaakt door mensen die in de universaliënstrijd de kant van het realisme kiezen en is bestemd voor de muis als zodanig. De muizenval met n lokt afzonderlijke muizen aan, al die schepseltjes die alleen min of meer toevallig de naam ‘muis’ gekregen hebben. Muizenvallen zijn voor nominalisten.

‘Wie het vatten kan, die vatte het’,

In het Grieks staat ὁ δυνάμενος χωρεῖν χωρείτω. Het Griekse woord chorein dat hier gebruikt wordt betekent iets als omvatten; het verwijst naar (de) ruimte, met alle aspecten die destijds aan dat begrip ‘ruimte’ eigen waren. ‘Alleen wie het virtueel al in zich heeft, kan het ook, quasi-ruimtelijk binnen de “omvatting van zijn lichamelijkheid”, in zijn gemoed en bewustzijn ervaren, en het daar gaan begrijpen’, is een betere vertaling van de Griekse tekst. De Engelse vertaling is ook beter: He that is able to receive it, let him receive it.

Zie ook: http://kairos-kr.nl/het-oekrainerefe…e-en-nominalisme/

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Het Oekraïnereferendum: een ingewikkeld samenstel van factoren en … (I): een dilemma tussen realisme en nominalisme

Morgen gaan we stemmen. Het wordt een uniek nieuwe variant in de traditie van onze ‘verkiezingen’.

Let op de aanhalingstekens rond “verkiezingen”. Dat woord is hier eigenlijk niet van toepassing. We gaan morgen niet ‘als kiezers stemmen uitbrengen op kandidaten voor gekozen organen’, zoals een officiële definitie van ‘verkiezingen’ luidt. We gaan iets veel moeilijkers doen.

Ogenschijnlijk is het simpel. We gaan naar een stembureau voor een raadgevend referendum. Daar kunnen we onze stem uitbrengen inzake de ‘wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne’ en we kunnen kiezen tussen ‘ja’ of ‘nee’. We kunnen ook blanco stemmen en we kunnen zelfs helemaal niet gaan stemmen, maar als je niet stemt, speel je niet mee dus dat laat ik – voorlopig – buiten beschouwing.

In werkelijkheid is het het tegendeel van simpel [vandaar mijn “voorlopig” in de vorige zin]. Hier speelt een ingewikkeld samenstel van factoren en omstandigheden en onzekerheden die ieder op zich al ingewikkeld zijn, en allemaal samen een ingewikkeld-tot-de-macht-x’ [x is een groot getal] samenstel van factoren enzovoort.

Sterker nog: het verhaal over dit raadgevende referendum wordt sinds enkele dagen van uur tot uur ingewikkelder en alles wijst erop dat dat morgen en na morgen nog even zal doorgaan.

Voor vandaag peuter ik één factorenzovoort los uit het samenstel. Het is de beslissing van de NOS om het opkomstpercentage rond het referendum van woensdag niet te peilen.

Dat komt de NOS op veel kritiek te staan, berichtte de NRC gisteren in een interview met Marcel Gelauff, hoofdredacteur NOS Nieuws.

Ik begrijp die kritiek, maar evengoed [kwalitatief en kwantitatief ‘even goed’] begrijp ik de argumentatie van de NOS.

‘De opkomstcijfers zijn vooral voor strategische stemmers belangrijk: voorstanders van het associatieverdrag tussen Oekraïne en de EU kunnen op 6 april besluiten niet te gaan stemmen als in de loop van de dag blijkt dat het opkomstpercentage niet wordt gehaald’, citeer ik uit het artikel. ‘Zo voorkomen ze dat hun ja-stem het nee-kamp aan de verplichte kiesdrempel helpt.’

Dat is een heel duidelijke oplossing voor een heel duidelijk specifiek dilemma.

Als ik dit specifieke dilemma her-formuleer in de meest algemene termen mogelijk, krijg ik: dit dilemma gaat over weten en/of (1) weten wat je wilt, (2) weten wat je kunt doen om te bevorderen dat datgene wat je wilt ook gebeurt, (3) weten wat het effect is van wat je gaat doen, (4) weten in hoeverre anderen weten wat ze willen … enzovoort…: die anderen “(1) t/m (3)” … en zo voort .. en vervolgens de uitkomst van (4) terugkoppelen naar een volgende ronde (1) t/m (4) en zo voort …

Tussen de regels door gaapt hier de kloof tussen realisme [= ‘inclusief’ weten = weten en handelen hangen wederzijds samen’] en nominalisme [= kaal, eenzijdig consequentieloos “weten”= principieel onverschillig zijn].

Zie voor verdere uitleg mijn boek (met medewerking van Han van Ruler en Wim Pouw), ‘De naam van het probleem – Pierre Abélard en het geheim van het ProbleemGestuurd Onderwijs’, met een voorwoord van Henk Schmidt. Uitgeversmaatschappij Ad. Donker bv, Rotterdam ISBN 978 90 6100 687 9

en

Het Oekraïnereferendum: een ingewikkeld samenstel van factoren en … (II): De muize(n)val

Posted in Uncategorized | Leave a comment