In de reïncarnatie is de mens afwisselend man en vrouw.

Zeldzaam ‘Groot Verhaal’ in de NRC van 9 mei, een zogenoemd ‘maandaginterview’. Ellen de Bruin spreekt in Heerenveen met Arita Blokland (85). Die “heeft vier kinderen en een geesteskind dat al haar aandacht vroeg. Een wereld met … mannen die vroeger vrouw waren, zou een veel betere wereld zijn. Dat is de theorie waaraan ze nog steeds werkt.”

Ik citeer: ‘Eind vorig jaar kwam er een mail binnen van een lezeres, Arita Blokland. „Ik ben een vrouw van bijna 85”, schreef ze. „De tweede helft van mijn leven ben ik op zoek geweest naar waarom de mens handelt zoals hij handelt en dan vooral de mannelijke mens. Sinds de moord op de Joden in de Tweede Wereldoorlog heeft die vraag mij altijd beziggehouden. […] Ik heb zelf geen contacten in de academische wereld. Daarom doe ik een beroep op u om het stuk waar ik de afgelopen jaren aan heb gewerkt, aandachtig en met een open geest te lezen.” Ze stuurde een bijlage mee van 26 pagina’s. …

Mevrouw Blokland bleek jarenlang aan een theorie te hebben gewerkt die hierop neerkomt: er is iets misgegaan in de evolutie van de mens, met name in de scheiding der geslachten. Eigenlijk zou iedereen met een tweeslachtige aanleg geboren moeten worden, om zich in de puberteit tot vrouw te ontwikkelen en vervolgens in de overgang man te worden. Zo hád het kunnen gaan, volgens Blokland: er zijn nog restanten van die tweeslachtige aanleg, …

… En dit is de crux van Bloklands theorie: dat dat bij mensen niet zo gaat, is de bron van alle kwaad. Een wereld bevolkt met jonge vrouwen en met oudere mannen die vroeger vrouw waren, zou een veel betere wereld zijn. … zonder de agressie die jonge mannen kenmerkt. Want een man die in zijn vorige levensfase moeder werd, zal niet zo snel een mens, iemands kind, doden.…

En thuis deed Blokland haar onderzoek. Ze was altijd alert op nieuwe informatie om haar theorie mee bij te vijlen, variërend van boeken van Piet Vroon en Thomas Kuhn, tot artikelen uit Science, National Geographic en de wetenschapspagina’s van NRC. Ze laat een houten bak in haar woonkamer zien, vol met alles wat ze verzamelde. „Het was een barre tocht. Maar het is alsof je altijd ontvankelijk bent; je aandacht valt steeds op wat je hebben moet.” …

… Wat moet er nu gebeuren met haar theorie, wat wil ze? „Dat er in die richting een vervolgonderzoek komt van de mensen die ervoor doorgeleerd hebben. Als mijn theorie klopt, als dit de bron van het kwaad is, dan had het anders moeten lopen.”

Maar de evolutie is toch niet meer te veranderen? „Nee, maar we kunnen ons gedrag wel veranderen, als we er inzicht in hebben.”

Tot zover Arita Blokland in gesprek met Ellen de Bruin. “We kunnen ons gedrag … veranderen, als we er inzicht in hebben”, herhaal ik. Dat is zonder meer juist. Maar de retorische vraag “De evolutie is toch niet meer te veranderen” beantwoord ik anders. In de reïncarnatie is de mens afwisselend man en vrouw.

Ik citeer uit mijn boekje ‘Reïncarnatie? Essay over de veranderende aard van de kennis’ Uitgeverij Ad. Donker, Rotterdam, 2010 ISBN 9789061006442:

Het probleem is dat reïncarnatie niet kan. Ik kan alleen ‘ik’ zeggen omdat ik een lichaam heb. Hiervoor was dat lichaam er niet. Ik kan mij totaal geen voorstelling maken over hoe het hiervoor geweest moet zijn, toen ik geen lichaam had. En hierna zal dat lichaam er niet meer zijn. Over hoe dat dan zal voelen, kan ik me evenmin een voorstelling vormen. Ik kan dus helemaal niet denken, niet spreken, niet schrijven over hoe het hiervoor was en over hoe het hierna zal zijn. Wat moet ik dan nog met reïncarnatie?

En toch wil ik er iets mee. De gedachte dat de dood het absolute einde zonder meer zou zijn, is een schandaal. Bovendien is het een anomalie. Alleen de moderne westerse cultuur ziet de dood zo. Omgekeerd suggereert het idee van een hiervoormaals dat ik daaruit allerlei inspiratie heb meegenomen voor mijn leven hier en nu op aarde. Daar ben ik mij totaal niet van bewust, maar het is een uitdaging om dat bewust te maken. Daar wil ik woorden aan geven. Dilemma!

‘Waarom wil je daar “woorden aan geven”, zoals je dat noemt,’ houdt een goede vriend mij voor. ‘En wat wil je precies?’

‘Ik wil het omdat ik die onzekerheid niet verdraag. Ik wil weten wie of wat ik in mijn vorig leven was. In alle theorieën en verhalen die over reïncarnatie circuleren is de mens afwisselend man en vrouw. Het idee dat ik via reïncarnatie ook zou ervaren hoe het is om te leven als de helft van het mens-zijn die nu voor me verborgen is, geeft een unieke flavour aan mijn leven hier en nu – maar ik wil wel weten of dat idee realistisch is en niet zomaar wat rare wishful thinking.En ik zie niet in waarom ik dat niet te weten zou kunnen komen. Ik heb voor mijn gevoel logisch afgeleid dat via reïncarnatie zekere kennis over het hiervoor en het hierna verworven kan worden. Maar hoe werkt reïncarnatie precies? Hoe wordt een wezen dat zich in het hiertussenmaals opmaakt om mens te worden via een incarnatie in een lichaam dat hij van twee al aanwezige mensen krijgt, daadwerkelijk mens? De kennis daarover wil ik zoeken en ik wil bovendien de resultaten van dat zoeken zó onder woorden brengen, dat ze een aantal mensen op z’n minst aanspreken. Anders geloof ik ze zelf niet.’

‘Waarom doe je dat dan niet gewoon?’

‘Je stelt de verkeerde vraag. Ik doe het wel degelijk – alleen niet “gewoon”. Ik denk erover, ik spreek erover, ik schrijf ik erover. Maar elke nieuwe dag schrap ik wat ik de vorige dag geschreven had.

‘ ”Ik begrijp het,’ antwoordt mijn goede vriend. ‘Je hebt het Penelope-complex’ – helemaal zoals verbeeld in de mythe over de trouwe echtgenote van Odysseus.’

‘Zo is het,’ bevestig ik. ‘Zo werkt dat bij mij. Penelope wacht twintig jaar op de terugkeer van haar geliefde, allerlei mannen die haar begeren dringen erop aan dat zij één van hen kiest als nieuwe echtgenoot en zij antwoordt hen: “Zodra ik met mijn weefwerk klaar ben, zal ik een van jullie kiezen.” Penelope zit de hele dag te weven en die mannen denken dus “dat gaat goed,” maar ‘s nachts haalt ze alles uit wat ze de vorige dag geweven heeft. Inderdaad – zo vergaat het mij. Elke ochtend, zodra ik wakker ben, onderzoek ik wat de nacht me aan wijsheid gebracht heeft en elke ochtend stel ik vast dat wat ik de vorige dag geschreven had zo niet kan, achterhaald is … – vul maar in. En je beeldspraak is treffend. Tekst is “textura”, weefsel. Elke dag schrijf ik, elke nacht komt bij me terug wat ik geschreven heb en elke volgende dag haal ik mijn woordenweefsel van de vorige dag uiteen en begin ik opnieuw. Heb je ook een oplossing voor mijn dilemma?’

Dat heeft mijn vriend. ‘Je hebt nu al bijna twee jaar een blog, … ‘ begint hij. Ik volg hem en ga door op wat hij inbrengt. ‘Ik schrijf inderdaad sinds eind 2008 onder de titel ‘Middernachtszon’ een blog op de site van de Volkskrantblog,’ vul ik aan. ‘Daar ben ik mee begonnen in verband met een project over kind en televisie waar ik toen aan werkte. Die televisiebeelden zijn schadelijk voor kinderen want ze hebben een verlammend effect op de herinneringen aan het hiervoormaals die onbewust in kinderen leven. Bij de gangbare media kreeg ik daarvoor nauwelijks gehoor. Daarom ben ik toen een blog begonnen. Vaak gaat het in dat blog over reïncarnatie en altijd kan ik onbekommerd kwijt wat ik kwijt wil. Maar als ik achteraf herlees wat ik eerder geschreven heb, denk ik altijd “nee, zo is het niet.” Met teksten in cyberspace is dat niet erg. Dat zijn eendagsvliegen. Maar ik wil ook een tekst maken over reïncarnatie die geen eendagsvlieg is. Dat is het dilemma.’

Mijn vriend begrijpt me. ‘Zet een gedachten-experiment op,´ adviseert hij. ´Stel je voor dat je weet dat je nog maar kort te leven hebt. Doe intussen alsof je alles weet dat een mens kan weten en alsof alles wat je kunt denken realiteit is. Zet dat op een rijtje, schrijf ook vrijuit over je twijfels en onzekerheden en over wat je zou moeten onderzoeken om verder te komen, orden dat zo goed mogelijk en maak daar een boekje van. Ga intussen door met je blog en broed daar je eendagsvliegen uit. Je hebt trouwens ook de site www.kairos-kr.nl voor je bedenksels over reïncarnatie, toch? Daar kun je helemaal onbekommerd kwijt wat je zo nodig nog kwijt moet.’

Ik begrijp wat hij me adviseert en ga het doen. Ik knijp mijn neus dicht en ga in mijn ene hersenhelft bedenken wat ik nu en alleen voor mezelf over reïncarnatie wil en kan samenvatten in woorden die …

Wordt vervolgd

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *