Maand van de filosofie: de ziel is een zoekplaatje

April is de maand van de filosofie en dit jaar is dat de maand van de ziel.

‘De ziel’ – bestaat die nog? Kunnen we daar nog iets mee?

‘Wat leert ons de zielkunde’ was de titel van een boek dat ik me van medio vorige eeuw herinner. Ik ging op internet zoeken of het nog bestaat. Ik vond het niet. Wel vond ik allerlei andere verwijzingen naar ‘zielkunde’. Dat was eigenlijk het zelfde als wat wij nu psychologie noemen.

Verder zoekend kwam ik op een uit het Duits vertaald boek van ene Christian Friedrich Handel uit 1837, ‘Beknopte zielkunde voor ouders en onderwijzers’. De aanhef is heel duidelijk: ‘De ziel is datgene in den mensch, wat denkt, gevoelt en wil. Zij toont zich aanwezig in het eerste ontwaken van het zelfbewustzijn, waardoor wij ons als ik leeren kennen. De eerste indrukken verkrijgt de mensch van de hem omringende Wereld door de vijf zinnen, en daardoor leert hij tevens zijn ik, van alles, wat buiten hem is, onderscheiden. Alle werkingen of verrigtingen der ziel kunnen tot drie hoofdsoorten gebragt worden, namelijk tot voorstellingen, gevoelens en (begeerten) pogingen. Deze vooronderstellen van zelf drie hoofdvermogens der ziel, het voorstellingsvermogen , het gevoelvermogen en het begeervermogen.’

Dat is niet alleen heel duidelijk, het is eigenlijk nog steeds bruikbaar, denk ik stiekem. Mijn ik heeft drie instrumenten: denken, voelen, willen. Dat leren wij in de antroposofie, waar het stukje van vorige week over ging. In ietwat andere bewoordingen staat dat ook in deze aanhef.

In het meest recente Nederlandse boekje over de ziel staat het heel anders. Voor de maand van de filosofie schreef verpleeghuisarts en filosoof Bert Keizer ‘Waar blijft de ziel?’

Goeie vraag! Kun je dat woord nu nog wel gebruiken? Nee, eigenlijk niet. Het woord ‘ziel’ is onbruikbaar geworden. Bestáát het eigenlijk nog wel, datgene wat vroeger de ‘ziel’ heette.

Bert Keizer geeft vooral argumenten voor ‘nee’. Er is misschien nog net iets over van de ziel, maar dat zal gauw afgelopen zijn. De psychologen die de ziel onderzoeken werken met man en macht aan de vernietiging ervan. Ze stellen ‘wij zijn ons brein’ en, concluderen uit hun stelling dat de ziel, voor zover die misschien bestaat, dus in het brein zit, onderzoeken vervolgens dat brein alsof het een levenloos mechaniek is, vinden zodoende niets anders dan een oneindig aantal mini-mechaniekjes en concluderen uit de resultaten van hun onderzoek ten eerste ‘de vrije wil bestaat niet’ en ten tweede zoiets als de ziel kàn helemaal niet bestaan. Tel uit je winst. Dit is anti-filosofie in mega-formaat.

Zo vat ik ‘Waar blijft de ziel?’ van Bert Keizer samen. Het is een even magistrale als persoonlijk betrokken afrekening met de ‘neurosofie’, zoals hij het noemt: het pseudo-filosofisch geredeneer van Dick Swaab en Victor Lamme en hun geestverwanten [beter gezegd: hun 'ziels(!)verwanten]. Mijn eigen conclusie staat in de kop boven dit stukje.

Burgerinitiatief ONvoltooid leven

Ik stel hierbij voor een Burgerinitiatief ONVOLTOOID Leven te lanceren.

Aanleiding is wat donderdagavond 8 maart in de Tweede Kamer gebeurd. Ik copieer het bericht erover uit Medisch Contact.

‘De Tweede Kamer doet voorlopig geen uitspraak over stervenshulp aan ouderen die hun leven voltooid vinden. Ze wil eerst de uitkomst afwachten van onderzoeken over de vraag in hoeverre deze problematiek onder ouderen leeft en een maatschappelijk debat entameren. In de loop van 2013 moet er dan meer duidelijkheid zijn. De PvdA heeft in een aangenomen motie om het onderzoek en het debat gevraagd.
Dat is de voornaamste uitkomst van het Kamerdebat van donderdagavond 8 maart over de ‘proeve van wet’ van het Burgerinitiatief Voltooid Leven. Volgens dat door ongeveer 116 duizend mensen ondersteunde voorstel moeten mensen van 70 jaar en ouder hulp kunnen krijgen als ze een einde aan hun leven willen maken. Niet omdat ze ziek zijn, maar omdat ze ‘klaar zijn met leven’. Hulp bij het beëindigen van het leven van mensen boven de 70 zou dan niet langer strafbaar zijn. …
Burgerinitiatieven, waarmee burgers de Kamer dwingen iets op de agenda te zetten, zijn relatief nieuw. Dat verklaart misschien dat de Kamerleden niet helemaal wisten wat de staatsrechtelijke status was van de moties die zij indienden. Ook Kamervoorzitter Gerdi Verbeet kwam er niet helemaal uit: ‘Ik ben wel briljant, maar hier heb ik ook niet meteen een antwoord op.’ Ze gaat dit weekend uitzoeken hoe het zit.’

Het Burgerinitiatief is voorlopig afgewend maar het komt zeker terug in de Tweede Kamer. Uit overwegingen van evenwichtigheid stel ik daarom door een Burgerinitiatief ONVOLTOOID Leven te lanceren.

Dat is een paradox. IEDER leven is per definitie onvoltooid. Echt leven strekt zich uit over meerdere incarnaties. Of dit ene deel-leven dat je hier en nu leidt relatief ‘voltooid’ is of niet, zul je pas hierna weten. Dan ook kun je pas definitief beginnen aan je programma voor je volgende leven.

Bij het woord ‘hierna’ denkt iedereen aan religie, godsdienst, kerk en dogmatiek. We hebben in Nederland scheiding van kerk en staat. Dat wil niemand veranderen [behalve enkele orthodoxe gereformeerden die ik verder buiten beschouwing laat].

Maar het paradoxale gevolg van die scheiding is dat in het zogenoemde ‘officiële denken’ alleen al de gedachte aan een hierna of reïncarnatie niet mag opkomen, laat staan expliciet in het debat mag worden opgevoerd [de term 'het (zogenoemde) 'officiële denken' haal ik uit het eindrapport van de Commissie Deetman; zie mijn bericht van 16 december 2011 'Drie vragen bij enkele passages uit de samenvatting van het eindrapport van de Commissie Deetman']. Mijn voorgestelde ‘Burgerinitiatief ONVOLTOOID Leven’ is bedoeld om te bewerkstelligen dat in alle officiële politieke beraadslagingen over ‘voltooid leven’ en daaromtrent ook de overweging van reïncarnatie aan de orde gesteld moet worden.

Dat is een impliciet fundamentalisme waartegen ik hierbij protest aanteken. Vooruitlopend op (1) de lancering van mijn voorgestelde ‘Burgerinitiatief ONVOLTOOID Leven’, (2) het verwerven van 40.000 handtekeningen om het initiatief op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen, verzoek ik Kamervoorzitter Gerdi Verbeet kennis te nemen van dit bericht.

Vrijheid, gelijkheid, broederschap en drie soorten geheimen in de krant van vandaag: prins Friso, Frans Timmermans en RTL4/ VUMc

Drie soorten geheim zijn vandaag in de krant besproken. Ze hebben alle drie betrekking op een actuele gebeurtenis van de afgelopen dagen. Met enige verbeelding kunnen we rubriceren onder vrijheid, gelijkheid, broederschap.

DE VRIJHEID VAN HET GEESTESLEVEN: Had neurochirurg Tulleken het medisch beroepsheim aangetast door zijn onthullingen over de toestand van prins Friso en was de NRC H journalistiek over de schreef gegaan door zijn onthullingen te publiceren? De meningen zijn verdeeld. Dat is terecht want de argumenten waarop mensen hun mening baseren verdienen verschillende waardering. Hoofdredacteur Peter Vandermeersch vat het samen in termen van ‘… (de) verwarring tussen feit en interpretatie. Hier werkte NRC Handelsblad onbedoeld mee aan het beeld dat de medische gegevens over prins Friso “geruststellend” zijn. Die motivatie van Tulleken hadden we beter moeten inschatten.’

Een gezichtspunt dat ik nergens heb gevonden en dat ik daarom zelf heb ingenomen is een variant van het medeleven met de prins en zijn moeder en andere naasten dat in veel commentaren genoemd werd. Ik vat het aldus samen. Uit het weinige nieuws dat in de eerste dagen bekend geworden is, concludeer ik dat prins Friso dezer dagen fysiologisch in een zelfde toestand verkeert als de meeste mensen die een Bijna Dood Ervaring meemaken. De verhalen die sommigen van hen achteraf vertellen, zijn de afgelopen jaren een bekend item in de publiciteit geworden. Vrijwel altijd gaat het dan over onversneden positieve berichten over quasi-hemelse visioenen. Intensive care verpleegkundigen en andere professionals die van nabij betrokken zijn bij de zorg en nazorg van patiënten die in coma verkeerd hebben, weten beter. ‘De hel van Dante is niets vergeleken bij wat die mensen meegemaakt hebben,’ vat een van mijn vrienden die op de intensive care werkt, het samen. Nu er even geen nieuws is, lijkt mij in het kader van het medeleven deze beschouwing de moeite van het overdenken waard.

GELIJKHEID IN HET RECHTSLEVEN EN DE POLITIEK: ‘Wilt u zelf partijleider worden?’ vragen interviewers aan PvdA fractielid Frans Timmermans. Hij antwoordt: ‘Als ik heel eerlijk ben zou ik niets liever doen dan me kandideren. Ik heb pas vrijdagmorgen na een nacht zonder slaap besloten het niet te doen. Er hangt zo’n grauwsluier over mijn kandidatuur. Als degene die de mail heeft gelekt zich voor dinsdag bekendmaakt doe ik het misschien alsnog. Maar nu voel ik me te geremd door die grauwsluier. Daar kan ik niks aan doen, maar het is realiteit.’

Hoe kan die man nou gedacht hebben dat een mailbericht aan vijftig mensen geheim zou blijven … Zijn eerlijkheid is aandoenlijk: ‘Ik heb geen adressen op mijn Mac, dus ik weet nog dat ik het mailtje eerst naar mijn Blackberry zond, en vandaar uit met één druk op de knop naar fractie en medewerkers: vijftig personen. Ik had geen idéé wat ik in werking stelde.’

Wij begrijpen waarom Timmermans zo gesteld is opm Cohen: die twee lijken op elkaar.

BROEDERSCHAP IN ALLES WAAR GELD AAN TE PAS KOMT: ik copieer letterlijk het volgende bericht iuit de krant: ‘RTL stopt met het uitzenden van het televisieprogramma 24 uur: tussen leven en dood. Over de realityserie was veel ophef ontstaan omdat een aantal patiënten zonder dat ze dat wisten was gefilmd op de eerste hulpafdeling van het VU-ziekenhuis. Zij werden pas geïnformeerd nadat de opnames waren gemaakt, maar wel vóór uitzending. De serie zou op 7 maart beginnen, maar donderdag werd de eerste aflevering vervroegd uitgezonden. RTL en het ziekenhuis hoopten dat daardoor de kritiek zou luwen. Dat was niet het geval.Tot laat op vrijdagmiddag heeft het VU-ziekenhuis de opzet en medewerking aan het „integere” programma samen met RTL verdedigd. Maar ’s avonds verzocht het ziekenhuis RTL toch te stoppen met de serie. De reden daarvoor was dat uit „nieuwe informatie” van patiënten was gebleken dat de afspraken op de spoedeisende hulp „onvoldoende zorgvuldig” zijn uitgevoerd. RTL liet vervolgens weten dat het de vervolgafleveringen niet zal uitzenden. Wie financieel gaat opdraaien voor het fiasco, was vrijdag niet duidelijk. „Die vraag is nog niet bij ons opgekomen”, zegt een woordvoerder van RTL.

Weigerambtenarigheid als ziekte

Het blijft tobben met de geneeskunde. Dezer dagen is het in de mythe over homosexualiteit als ziekte weer rumpus [= opwinding, consternatie (red)]. Vandaag was het zelfs dubbel-bingo.

(1) Opperrabbijn Aryeh Ralbag (65) van de Joodse Gemeente Amsterdam heeft een controversiële verklaring over homoseksualiteit ondertekend waarin staat dat homoseksualiteit niet is aangeboren en genezen kan worden en (2) de christelijke organisatie Different biedt homoseksuelen een therapie aan die hen zou helpen hun lustgevoelens te onderdrukken. Zorgverzekeraars vergoeden de therapie

De betrokkenen debiteren prietpraat en geneuzel in reincultuur om zich eruit te lullen.

(1) ‘Ik heb zelf een masterstitel in klinische psychiatrie,’ zegt de Opperrabbijn. ‘Ik heb in de VS homoseksuelen in therapie gehad, soms met goed resultaat.’
Daar zouden wij graag publikaties over willen zien in vakbladen.

‘Of homoseksualiteit is aangeboren of het gevolg van omgevingsfactoren, durf ik niet te zeggen. Maar ik zie het beslist niet als een ziekte.’, zegt hij ook
Therapie zonder dat er sprake is van ziekte? Waar blijven de filosofen van de geneeskunde om deze onzin onderuit te halen?

(2) De Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat onderzoek doen naar de zorginstelling Different. De inspectie zegt niet bekend te zijn met Different, maar dat de signalen aanleiding geven te onderzoeken of de therapie wel deugdelijk is.

Zorgverzekeraar Achmea stelt: ‘Als dit een erkende instelling is voor geestelijke gezondheidszorg, dan zijn we verplicht een aantal behandelingen te vergoeden.’ – wie erkent hier wie?

Zelfde vraag als bij (1).

Niemand kan precies zeggen wat ziekte is. In de 19e eeuw bestond de zogenaamde ziekte ‘drapetomanie’. Die kwam alleen voor bij negerslaven. Sommigen van hen hadden de neiging weg te lopen. Dat werd als ziekte benoemd.

In dezelfde tijd typeerde Marx de godsdienst als opium van het volk. Zo bezien zou godsdienstigheid dus een verslaving zijn. In een vergelijkbaar perspectief is religie volgens sommigen een karakterneurose. Omgekeerd leerden wij bij psychiater Rümke in de jaren zestig van de vorige eeuw in Utrecht dat a-religiositeit neurotisch is. In april 1993 deed de fysicus Brian Josephson (Nobelprijs natuurkunde 1973) een curieuze duit in het zakje van de discussie over de relatie tussen nature en nurture door in het gezaghebbende weekblad Nature te stellen dat er een gen voor ‘religious practices’ zou be­staan. Zijn idee stuitte op nogal wat skepsis, en als hij het niet op gezag van zijn Nobelprijs in ‘Nature’ had gepublicee­rd had kunnen krijgen, zou helemaal geen hond het serieus hebben genomen (nu kreeg hij enig weer­woord).

Onlangs werd het idee gelanceerd dat allerlei ouderdomskwaaltjes oftewel PHPD (= pijntje hier, pijntje daar) bij 65-plussers niet meer vergoed zouden moeten worden.

Kortom, tel uit je winst.

Als ik jonger en ondernemender was zou ik een veilinghuis voor ziekten beginnen. Gewoon bij opbod verkopen, die hap. Appie Osterhaus en zijn Mexicaanse griep verdienen het om als schoolmakende pioniers erkend te worden.

Vandaag in de aanbieding: Homoseksualiteit en behandeling bij Different – een prima in de markt liggende DBC (= Diagnose Behandel Combinatie) – wie biedt? Weigerambtenarigheid – een prima complementaire diagnose, waarvoor een bijbehorende therapie vast wel ergens in de maak is.

Wie biedt?

Bedrog, zelfbedrog en ‘zelfbedrog met voorbedachten rade’ in de wetenschap

Eind vorig jaar kwam het opeens in het nieuws: fraude in de wetenschap. Psycholoog Stapel in Tilburg, medicus Poldermans in Rotterdam – het werd terecht wereldnieuws. Als je de wetenschap niet meer kunt vertrouwen, is het einde zoek.

Dit weekeinde had de NRC H’blad twee pagina’s daarover.

‘We wilden weten hoe vaak het nou eigenlijk voorkomt, wetenschappelijke fraude en misleiding, en hoe universiteiten het bestrijden,’ schrijven Karel Berkhout en Esther Rosenberg. ‘Niemand wist nog hoe vaak fraude voorkwam. Een eerste inventarisatie is er nu, nadat alle universiteiten reageerden op een vragenlijst die deze krant ze stuurde. De universiteiten blijken sinds 2005 in totaal 102 meldingen te hebben behandeld, waarvan er zeker 27 gegrond zijn verklaard. … Opvallend in de enquête zijn de grote verschillen per universiteit. Tegenover zo’n dertig meldingen in Utrecht, staat – tot aan de zaak Stapel – geen enkele melding in Tilburg, twee meldingen in Eindhoven en twee in Delft.’

Wetenschappelijk bedrog bestaat, net als alle bedrog, in soorten en maten. Een variant die in het NRC H artikel alleen tussen de regels door even genoemd wordt is zelfbedrog: “Iemand komt in tijdnood, knipt en plakt wat teksten bij elkaar en vergeet welke tekst van hemzelf is en welke niet. Dit soort knip- en plakwerk is makkelijker dan voorheen.”

Een subvariant hiervan is zelfbedrog met voorbedachten rade. Deze uitdrukking heb ik vorig jaar zelf bedacht. Aanleiding was wat me overkwam nadat ik op 14 mei een voordracht over antroposofie had gehouden op de Vrijdenkersdag van van de Atheïstisch-Humanistische Vereniging De Vrije Gedachte.

Het hoogtepunt van mijn lezing aldaar was de conclusie van een deelnemer aan het slot. ‘Het is een schande dat u als antroposoof aan de universiteit als filosoof mag werken!’ riep hij boos.

Even had ik toen geen tekst. ‘De boudheid van uw stelling wordt slechts overtroffen door de poverheid van uw argumentatie,’ kwam in mij op, en ik stelde hem voor dat we bij de borrel nog even zouden napraten.

Dat deden we. Hij bleek Floris van den Berg te heten, filosoof van professie, verbonden aan de Universiteit Utrecht. Ons korte gesprek leidde tot een intensieve mail-correspondentie.

Een hoogst opmerkelijk oordeel kwam in die correspondentie tot uiting. Van den Berg vindt, in zijn eigen woorden, ‘de antroposofie te onbelangrijk, te onzinnig en te dwaas om daar (zijn) tijd aan te besteden’. Hij had nimmer iets gelezen van Steiner en was ook niet van plan dat ooit te doen.

Dat oordeel en de uitdrukkelijke afwezigheid van onderbouwing riepen bij mij natuurlijk de vraag op waarom het bestuur dit onderwerp dan op de agenda had gezet. Het antwoord op die vraag was verrassend. Het bestuur bleek mij te hebben uitgenodigd om mij in het openbaar te laten bewijzen dat ‘… een analytische discussie met jou niet mogelijk is omdat je – zoals alle gelovigen – [je] onttrekt aan de regels van de rede en redelijkheid’. Met mijn spreekbeurt had met name vice-voorzitter Van den Berg ook alleen ‘een soort “freakshow” willen opzetten, een kermisattractie waar het publiek mag komen lachen om psychiatrische patiënten of anderszins mentaal gehandicapte mensen’.

Een opzet van deze strekking is een nieuw fenomeen. Een dergelijke benadering van de antroposofie ben ik nooit eerder ergens tegengekomen. Leerzaam is het in hoge mate. In de ongeveer halve eeuw dat ik in de wetenschap en de universiteit in Nederland meedoe, heb ik een werkwijze en redenering als Floris van den Berg hier expliciet verantwoordt niet eerder meegemaakt. Hij vertoont een niet eerder vertoonde combinatie van (1) onwetendheid, (2) onwil tot weten, (3) abjecte totaal-kritiek op het object van zijn onwetendheid, (4) een nieuwe, extreme variant van de al vanaf de oudheid bekende vorm van kritiek ’ad hominem’ en (5) een psychopathologisch aandoende zelfgenoegzaamheid. Hij is, kortom, een nieuwe variant van bedrog in de wetenschap, en die verdient een nieuwe eigen naam. Wij wachten met belangstelling hoe het hem verder zal vergaan.

Lees verder in (http://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=1792).

Wat willen we van de geschiedenis? Vragen bij ‘Der Jahrhundertkrieg’, vanavond op Canvas

Vanavond 21.10 uur is op België / Canvas de eerste aflevering van een vijfdelige serie waarin de bijna legendarisch geworden Guido Knopp een journalistiek-historisch-documentair overzicht geeft van de eindfase van WO II.

‘Een omvangrijke productie,’ citeer ik uit de VPRO-gids, ‘met originele beelden die worden afgewisseld met ooggetuigen, animaties en verroeste tanks in het water voor Omaha Beach. Het verslag van de afzonderlijke slagen zit goed in elkaar. Vakkundig wordt een geschiedenisles ontvouwd, …’

en dan geeft auteur Koen Keepers enkele enkele oordelen over de opzet die mij aan het denken hebben gezet.

De vakkundige ontvouwing van de geschiedenis les ‘schuurt onbedoeld’, schrijft hij. ‘Een geëmotioneerde Amerikaanse veteraan komt in beeld die vertelt over het verlies van zijn negentienjarige tweelingbroer in de eerste vijf minuten op het Normandische landingsstrand. … Na dit aangrijpende verhaal volgt de stem van de commentator, die uitlegt dat de Duitse kustverdediging het nog uitstekend deed, omdat de geallieerde luchtsteun de stellingen op het strand niet durfde te raken. Door de bommen later te gooien raakten zij slechts een paar Normandische koeien. Dat de ooggetuigeverslagen van de laatste nog levende deelnemers slechts als illustratie van de-wereld-volgens-Knopp worden gebruikt, voelt ongemakkelijk.’

Ik ben benieuwd of ik dat gevoel vanavond ook zal hebben [ik bedoel de vraag niet retorisch].

Koen Keepers licht zijn oordeel nog verder toe en concludeert:

‘In de begeleidende tekst spreekt Knopp zijn hoop uit op verzoening, door eindelijk verslaggeving te doen zonder nationale vooringenomenheid. Of objectieve feitelijke verslaggeving met gebruik van persoonlijke ervaringen die gedroomde verzoening dichterbij zal brengen valt nog te bezien. Of bijvoorbeeld de Russen de kous hiermee als af beschouwen is maar zeer de vraag.’

Met die laatste, evident wèl retorisch bedoelde vraag, ben ik het wel eens. Terzijde teken ik aan dat ‘objectieve feitelijke verslaggeving’ niet bestaat.

Winst maken in zorg – wen maar aan het idee

De titel van dit stukje komt van de column van Menno Tamminga in het Economie-katern van de krant van dit week-einde.

De Nederlandse gezondheidszorg is een bedrijfstak van 87 miljard euro, leer ik eruit.

De gezondheidszorg is een bedrijfstak – wen maar aan het idee. Het doel van het bedrijf is winst te maken.

Nieuw is het niet. De geschiedenis van de vaccinatie begint met een brief van de echtgenote van de Engelse ambassadeur in Turkije van 1 april 1717. Lady Montague schrijft aan een vriendin over een praktijk van Turkse vrouwen om pasgeboren babies te enten met pus van een lijder aan pokken. ‘Variolatie’ heet de praktijk, van het Laijnse ‘variola’ dat pokken betekent. Tientallen jaren later zal Jenner in Schotland een wetenschappelijke revolutie in de geneeskunde bewerkstelligen door de praktijk uit te voeren met de veel minder gevaarlijke koeienpokken. Zo ontstaat de vaccinatie, van ‘vacca’ = koe.

De betekenis van die nieuwe ontwikkeling is moeilijk te onderschatten – maar daar gaat het me nu even niet om. Het gaat me nu even alleen om een profetische opmerking in de brief van de ambassadeursvrouw. ‘Ik ben voldoende vaderlandslievend om me moeite te getroosten om deze nuttige uitvinding naar Engeland te brengen,’ schrijft ze, ‘en ik zou best enkele artsen erover willen schrijven, maar ik ken er niet één van wie ik kan verwachten dat hij deugdzaam genoeg is om de winsten die hij maakt uit de behandeling van de pokken op te geven …’:

“I am patriot enough to take pains to bring this useful invention into fashion in England, and I should not fail to write to some of our doctors very particularly about it, if I knew any one of them that I thought had virtue enough to destroy such a considerable branch of their revenue, for the good of mankind. But that distemper is too beneficial to them, …”

Dat was bijna drie eeuwen geleden. Nu komt er een mega-schaalvergroting in de commercialisering van de geneeskunde. Mammon blijkt machtiger dan Hippocrates. Ziektekundige bedrijfseconomie wordt het basisvak van de geneeskunde zoals vroeger pathologische anatomie dat was. De resultaten van medische werkzaamheden zullen worden uitgedrukt in winstcijfers. We gaan grote tijden tegemoet.

Vrijheid, gelijkheid zusterschap: interessant nieuw uit Groningen: ‘Rijksuniversiteit Groningen berispt om discrimineren mannen

De Rijksuniversiteit Groningen heeft mannen gediscrimineerd bij de benoeming van twaalf vrouwen tot hoogleraar. Dat concludeert de Commissie Gelijke Behandeling. De universiteit wilde het aandeel vrouwelijke hoogleraren opkrikken en had daarvoor extra budget gereserveerd. Vrouwelijke universitair hoofddocenten mochten hun dossier insturen om kans te maken te worden voorgedragen voor benoeming tot hoogleraar. Voor hun mannelijke collega’s bestond deze mogelijkheid niet. Uiteindelijk werden twaalf vrouwen op deze manier bevorderd tot hoogleraar. Daarmee is volgens de commissie onderscheid gemaakt op basis van geslacht. Een voorkeursbeleid mag alleen onder bepaalde voorwaarden worden gevoerd. Als bijvoorbeeld blijkt dat een man en een vrouw even geschikt zijn, mag voor de vrouw worden gekozen. Omdat de universiteit mannen uitsloot, is echter niet duidelijk of er sprake is van gelijke geschiktheid. De klacht was ingediend door de Groninger Studentenbond. De benoemingen van de vrouwelijke hoogleraren worden overigens niet teruggedraaid.

Het is een gedenkwaardig nieuwtje inzake de strijd om gelijke (m/v) rechten inzake bezwaren tegen vermeende of reële discriminatie. Interessant is ook de term ‘berispt’. Dat riekt naar een, juridisch gezien, strafmaatregel. Heeft de genoemde Commissie Gelijke Behandeling de bevoegdheid om straffen uit te delen en eventueel sancties op te leggen? Hulde ook aan de Groninger Studentenbond. Over het algemeen zijn de studenten in Nederland tegenwoordig even onderworpen volgzaam als de parlementsleden van de coalitie: alleen maar maar braaf ja-zeggen en meelopen. Misschien is er toch nog toekomst in de universiteit.

Wilders en de wereldgeschiedenis

Het begint eentonig te worden. Een Bekende Nederlanders zegt iets dat weerklank vindt in de publiciteit maar niet past in het concept van Wilders, er is even wat gekakel en gefladder in het kippenhok, daarna gaan we snel over tot de gebruikelijke alledaagsheden.

Nu was het de koningin die iets zei dat Wilders niet behaagde.

Het hoofdartikel van de NRC H vatte de kortstondige rumpus die de afgelopen door Nederland waarde bekwaam samen.

In haar kerstrede had de koningin ‘aandacht had gevraagd voor duurzaamheid, “voor de aarde die het leven voedt maar niet voor zichzelf kan spreken” en toen twitterde Wilders: “Mijn hemel is de Majesteit stiekum lid geworden van GroenLinks?” Dat kwam hem op enkele snedige reacties te staan. „Van #GroenLinks kan je lid worden. Van de #PVV zelfs niet stiekum..”, meldde de één. „Stiekem schrijf je met een E”, liet een ander weten’.

De NRC-redactie vraagt zich af ‘of premier Mark Rutte zich zorgen moet gaan maken, nu het hoofd van zijn regering maar redes blijft houden die zijn gedoogpartner niet bevallen en inderdaad niet als steun voor zijn beleid klinken’, en voegt er meteen aan toe: ‘Het antwoord is nee’.

Dat ben ik wel en niet met de redactie eens.

De toestand inzake Wilders – en dat is in feite DE toestand in Nederland – is wel zorgelijk. Maar alleen wie nog enig benul heeft van de wereldgeschiedenis, voelt daar iets van.

Zulke mensen worden steeds zeldzamer. Alles wat gebeurt wordt teruggebracht tot onmiddellijk ‘ver-pauw-en-wittemanbare’ proporties – ik bedenk hier en nu op de valreep van het oude jaar een nieuw woord voor 2011.

Anders gezegd: de politieke toestand is totaal transparant. Kunsthistoricus Alexander Pechtold vatte het enige tijd geleden perfect samen in een beeld: ‘Als Wilders zegt “spring!” dan springt Rutte, en als Wilders zegt “je moet hoger springen”, dan springt Rutte hoger’.

Dat klinkt fatalistisch. Zo voel ik het ook, en velen mèt mij.

Dat oordeel inspireert tot enig nadenken. De wereldgeschiedenis kent uit het verleden vergelijkbare situaties. Een treffende overeenkomst beschrijft de Zwitserse cultuurhistoricus Jean Gebser (1905 – 1973) in een samenvatting van wat zich afspeelde in de tijd dat de Spanjaarden Midden- en Zuid Amerika veroverden. Gebser citeert uit een Mexicaans document uit die tijd:

“Het dertiende hoofdstuk; daarin wordt verteld hoe Montecuhçoma, de Mexicaanse koning, andere tovenaars stuurt, dat ze de Spanjaarden te beheksen moeten proberen, en wat hun onderweg overkwam. En het tweede cohort boden, de waarzeggers, de tovenaars, en de rookpriesters (‘Räucherpriester’) gingen ook op weg om hen tegemoet te gaan. Maar ze deugden niet meer, ze konden de mensen / die anderen niet meer betoveren, ze konden hun doel bij hen niet meer bereiken, ze kwamen niet eens meer aan.”

‘Er bestaat nauwelijks een tekst waarin zó compact en met zó weinig, elkaar op indringende wijze herhalende woorden de ineenstorting van een hele wereld, van een totale tot dan toe geldige en werkzame menselijke grondhouding beschreven wordt,’ zo commentarieert Gebser. ‘De magisch-mythische houding van de Mexicanen werkte bij “hen” (de Spanjaarden) niet meer, ze brak kapot op het moment dat ze op de rationeel-technische grondhouding stootte. Daarbij was niet, zoals de causaal- en materie-gelovige Europeaan tegenwoordig [de tekst stamt uit 1949] geneigd zal zijn aan te nemen – de materiële overmacht van de Spanjaarden beslissend, maar de zwakte van het Mexicaanse en de kracht van het Spaanse bewustzijn.’

Ontleend aan Jean Gebser, Ursprung und Gegenwart – Erster Teil – Die Fundamente der aperspektivischen Welt – Beitrag zu einer Geschichte der Bewusstwerdung (1949) In het Duitse origineel is de tekst zó veel overtuigender, dat ik het niet kan laten die letterlijk te citeren:

‘Eine Beschreibung dieses erschütternden Ereignisses findet sich in der aztekischen Geschichts-Chronik des Fray Bernardino de Sahagun, die, acht Jahre nach der Eroberung Mexikos durch Fernán Cortés, auf Grund von Berichten der Azteken niedergeschrieben vuurde. Der Beginn des dreizehnten Kapitels dieses Buches, das die Eroberung der Stadt Mexiko schildert, lautet folgendermassen:

»Das dreizehnte Kapitel; darin wird erzählt, wie Montecuçhoma,
der mexikanische König, andere Zauberer schickt,
dass sie die Spanier zu behexen suchen sollten, und was ihnen auf dem Wege geschah. Und die zweite Schar von Boten,
die Wahrsager, die Zauberer und die Räucherpriester,
gingen ebenfalls sie zu empfangen (ihnen entgegen).
Aber sie taugten nichts mehr, sie konnten die Leute nicht mehr bezaubern,
sie konnten ihren Zweck bei ihnen nicht meter erreichen, sic gelangten (sogar) nicht mehr hin.«

COMMENTAAR VAN GEBSER:

‘Es gibt kaum einen zweiten Text, in dem auf so kurzem Raum und mit so wenigen, sich eindringlich wiederholenden Worten das Zusammenbrechen einer ganzen Welt, einer ganzen bis dahin gültigen und wirksamen menschlichen Haltung beschrieben wird: die magisch-mythische Haltung der Mexikaner wirkte »bei ihnen (den Spaniern) nicht mehr«, sie zerbrach in dem Augenblick, da sie auf die rational-technische traf. Dabei ist nicht – wie der kausal- und materiegläubige Europäer von heute anzunehmen geneigt sein wird – die materielle Überlegenheit des Spaniers entscheidend gewesen, sondern die Schwäche des mexikanischen und die Stärke des spanischen Bewusstseins. Es ist der grundlegende Unterschied zwischen dern ichlosen, clan- und kollektivgebundenen Menschen und dem ichbewussten, individualisierten. Denn der Zauber, der echte, magische Zauber, der für die Mexikaner ein tragendes Bewusstseinselement kollektiver Art war, wirkt nur auf die clanmässig Gleichgestimmten; an nicht clanmässig Gebundenen und Gleichgestimmten prallt er ab. Nicht der Besitz überlegener Waffen, nicht in erster Linie dieser Besitz, sondern der eines Ichbewusstseins machte den damaligen Spanier den Mexikanern überlegen, und zwar derart überlegen, dass sich die Mexikaner fast kampflos ergaben. Hättten sie aus ihrer ichlosen Haltung heraustreten können, so wäre der Sieg der Spanier zweifelhaft und gewiss nicht so leicht gewesen.’

Iets van dezelfde strekking gebeurt nu in Nederland. We worden met ons alleen steeds meer een ‘Volksgemeinshaft’, behept met een ‘ik-loze houding’ waarin we nauwelijks meer onderkennen hoe het publieke debat alleen nog werkt als een soort automatisch antwoord-apparaat met Wilders aan de knoppen om dat apparaat te bedienen.