‘De zelfmoordenaars “weten” waar zij heen “willen”. Wij niet.

De zelfmoordenaars weten waar zij heen willen. Wij niet.

Zó, zonder enkele en dubbele aanhalingstekens, stond het als kop boven de column van Caroline de Gruyter in de NRC van 25 maart.

De twee-maal-twee aanhalingstekens die ik heb aangebracht, vatten een essentieel inzicht samen over de jihad.

Jihadstrijders blazen zich zelf op omdat ze naar het paradijs willen. En ze geloven absoluut heilig dat ze als beloning voor wat ze doen, daar ook zullen komen. Dat geloof is voor hen zó absoluut, dat weten dat het zo zal gaan.

Dat inzicht presenteerde Caroline de Gruyter 25 maart in haar column.

Dat meende ik althans uit de kop boven haar column te kunnen afleiden.

Na lezing van de tekst van die column moet ik ernstig betwijfelen of zij dat wel zo zegt.

Enkele passages zouden kunnen suggereren dat het in die tekst staat. Ik citeer:

“… … Zelfverzekerd, met totale overgave aan hun missie … (Wij blijven) te veel hangen in onbegrip voor wat zelfmoordenaars motiveert. We moeten juist inzicht krijgen in wat hen beweegt, anders wordt het moeilijk ze te bestrijden.”

Dan komt opeens iets anders:

“De zelfmoordenaars weten waar ze heengaan. Wij niet.”

De cursivering in de vorige zin komt van mij. Wel staat de schrijfwijze “heengaan” zó, als één woord, in het origineel. Dit ‘heengaan’ betekent volgens mij niet dat ze (“ergens) heen gaan [naar een plaats op aarde waarvan ze dan naar redelijk vermoeden mogen aannemen dat ze er zullen aankomen en wellicht zullen kunnen terugkomen]’. ‘Heengaan’ heeft volgens de geijkte definitie (ook, maar volgens mij vooral) de betekenis “sterven”.

Zó gelezen zou Caroline de Gruyter inderdaad hebben kunnen willen stellen wat ik hier lees.

Maar in de twee laatste zinnen wordt het toch weer hoogst twijfelachtig, hoewel … . Ik citeer, ook weer met cursivering van mij:

“Europeanen moeten, behalve kaarsjes branden, weer een gemeenschappelijke politieke bestemming vinden. Anders kunnen ze deze cruciale vragen nooit beantwoorden. Europeanen moeten niet alleen kaarsjes branden, maar de grote vragen onder ogen zien.”

Dat is heel duidelijk.Wij Europeanen moeten de grote vragen onder ogen zien – dat staat er letterlijk; daarover bestaat geen twijfel of misverstand.

Blijft de vraag welke die grote vragen zijn. Ik suggereer er één, een vraag waarover essentiële misverstanden leven. Hij kwam ter sprake in een brief in de NRC van 23 februari naar aanleiding van de uitgebreide aandacht die de televisie-uitzending over de levenseindekliniek een week eerder in de krant terecht gekregen had. Ik citeer:

“Alsof er wetenschappelijke consensus over is, wordt doodgezwegen dat allerminst vast staat dat de overledene na afloop rust zal vinden. In een mini-parabel van een skeptische theoloog: nergens vind je een zo grote concentratie leugens als op het kerkhof. Overal die woorden ‘Hier rust …’ – helemaal onjuist! In de eerste plaats rust de dierbare zeker niet, en als hij toevallig nu net even mag uitrusten, is het zeker niet hier. Het staat allerminst vast dat hierna niets meer is. De verhalen over BijnaDoodErvaringen die enige tijd geleden wereldwijd een hype waren, zijn nu verstomd, en ze verdienen niet alleen de kritische kanttekeningen die ze destijds gekregen hebben, maar ook nog steeds serieuze en onbevangen aandacht. Veel mensen beleven enigerlei vorm van postmortaal voortbestaan als realiteit. Wie deze gedachte zo nadrukkelijk als nu gedaan wordt in de euthanasie-praktijk stilzwijgend buiten beschouwing laat, doet hen die dat zo beleven onrecht.”

Voor velen die denken zoals in deze brief wordt aangeduid, gaan jihadisten naar een bestemming waar zij in een nieuw soort bewustzijn geconfronteerd zullen worden met wat zij die tientallen anderen die, tegelijk met hen en door hun toedoen, gestorven zijn, hebben aangedaan.

 

 

This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *