Deutsche Geist

Binnenkort is het weer Boekenweek. Maxim Februari schreef erover in de NRC van 8 maart: ‘De Boekenweek stuurt eau de cologne rond. Een fles 4711 in een pakje: de postbode laat het op de stoep voor me achter. ’s Avonds laat schroef ik in gedachten de dop van de fles en dan golft de eeuwigheid opeens voorwaarts en achterwaarts over me heen.’

Een geschifte mix van begrip en onbegrip, instemming en weerzin en nog veel meer golft omhoog en omlaag, heen en weer naar links en rechts, vooruit en achteruit, alsmaar golvend tussen het zijnde en het niet zijnde, over en door mij heen. Is dit nou poëtisch of cryptisch, DOET het me iets of doet het me niks, wat voor vragen en onzekerheid roept dit in mij op?

Iets verderop in de tekst wordt het duidelijker. ‘Nu ik hier ’s avonds laat in de keuken, leunend tegen het aanrecht, door Sehnsucht wordt overvallen, komt dat niet louter door de geur uit het flesje 4711. De Duitse letteren staan dit jaar centraal in de Boekenweek en hier sta ik met een Duitse fles Kölnisch Wasser dat Eau de Cologne heet. Het is niet zozeer de geur, maar vooral dat woord, Cologne, dat me voorover het verleden en achterwaarts de toekomst in gooit, en ik weet niet eens waarom. … ‘Das ist die Sehnsucht’, zegt Rilke. Geen verblijfplaats hebben in de tijd – ‘keine Heimat haben in der Zeit.’ Je valt door de geschiedenis heen, je voelt tijdperken verstrijken en je hebt geen ander houvast dan het verlangen naar iets onbestemds waarvan je weet dat het nooit komen zal. Overal in de Duitse onspecificeerbaarheid mist iets, ontbreekt iets en dat roept ons. In zijn gedicht ‘Sehnsucht’ ziet Friedrich Schiller weliswaar een bootje dat hem naar het wenkende perspectief kan brengen, ‘einen Nachen seh ich schwanken’, maar de veerman ziet hij niet. ‘Aber ach! der Fährmann fehlt.’

DAT herken ik. Unverständlichkeitsbedürfnis, Vergangenheitsbewältigung, Wiedergutmachung. Dat is het. Daar moet ik het over hebben, anders ga ik via de X en de Y van het vrouwelijke en het totaal andere mannelijke dat ik toevallig in deze incarnatie ben en dat Februari op een heel bijzondere manier ook kent, aan Zynismus ten onder.

De bijzondere kennis van de X-enY-chromosomen van Februari is een oud verhaal. Hij begon zijn leven als een vrouw. Als Marjolijn Februari had zij/hij toen ook al een column in de NRC. Op 1 oktober 2011 nam zij als spreker deel aan een Symposium over het boek ‘De Filosofie van de Vrijheid’ van Rudolf Steiner van de Iona Stichting en het open ontmoeting- en studiecentrum voor antroposofie in Amsterdam. Als uitgangsstelling gaf ze: ‘Het oordeel over wat er is gebeurd is slechts een afgeleide van het plan om iets te gaan doen. Uit het verslag van Jac. Hielema citeer ik: ”Met stomheid geslagen.”, begon Marjolijn Februari (1963), schrijver en columniste haar betoog. Waarom? Omdat ze eindelijk antwoorden vond op vragen waarop ze als 22-jarige al wilde promoveren.

Haar favoriete citaat uit het boek: ”Streven op zichzelf schenkt vreugde.”

Zou Maxim Februari zich dit herinneren?

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *