Eigen risico, eigen lichaam, en zelfkennis

NRC 22 september: een ‘aandoenlijk’ onderwerp, vandaag in het hoofdartikel. Ik citeer:

‘De verhoging van het eigen risico in de zorg van 385 euro naar 400 euro in de zorg gaat niet door. … . Het was aandoenlijk om te zien hoe de onderhandelaars van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie donderdag opeens alle tijd bleken te hebben om deze sigaar uit eigen doos op het Binnenhof uit te venten tegenover een ieder die dit maar horen wilde.’

Het sarcasme dat in het commentaar doorklinkt is helemaal terecht. Dit is nieuws in het format van een orkaan in een vingerhoed jenever.

Maar er staat ook wel iets verstandigs in: ‘ Eigenlijk is het probleem … heel simpel. … Het eigen risico werd in 2008 ingevoerd als instrument om de kosten voor de gezondheidszorg inzichtelijker te maken. … Eigen risico wordt ook wel “remgeld” genoemd. Mensen maken een strengere afweging voor ze een beroep doen op medische zorg als zij ook iets uit de eigen portemonnee moeten bijdragen, is de leidende gedachte.’

Voor dat laatste heb ik een krachtig, ter plaatse uit de klei getrokken argument. Het komt uit een van de beroemdste gevallen uit de alternatieve geneeswijzen in Nederland, de casus-Moerman.

Van 1929 tot kort voor zijn dood in 1988 praktiseerde Cornelis Moerman als huisarts op het landgoed van zijn familie in Vlaardingen. Vanaf ongeveer 1955 was hij ongeveer dertig jaar beroemd in Nederland. Tot vandaag leeft zijn naam voort in verschillende exotische regionen van de alternatieve genezerij. Een Engelstalige Wikipedia-website memoreert hem als de uitvinder van ‘a purported cancer treatment … ‘ waarvan verder alleen wordt gezegd: ‘Its effectiveness is supported by anecdote only‘.

In de jaren waarin Moerman veel in de publiciteit kwam, was ik in mijn vrije tijd de vaste medisch medewerker van de NRC Handelsblad. In die kwaliteit had ik eens over hem geschreven. Als gevolg daarvan nodigde een fervente aanhanger van hem mij toen met nadruk uit zelf eens in zijn praktijk te komen kijken. Dat heb ik toen gedaan. Bij die gelegenheid heb ik Moerman toen leren kennen als (1) een absoluut integere, authentieke zoeker naar kennis, (2) een goede arts in de zin van een beoefenaar van de geneeskunst, (3) begiftigd met groot charisma, en, maar vooral, (4) zodanig bezeten van een totaal ongerijmd idée-fixe over kanker en de therapie daarvan, dat zijn leven en werk een toonbeeld is geworden van hoe erg iets fout kan gaan wanneer iemand met grote innerlijke zekerheid iets totaal verkeerds te pakken heeft.

In deze combinatie van kenmerken samen verschijnt Moerman nu achteraf als een soort eenmans-mini-paradigma voor de analyse van de gezondheidszorg, met de volgende vraag als startpunt: was Moerman, afgezien van de vier bovengenoemde genoemde kenmerken, ook wat we noemen ‘normaal intelligent’, of was er academisch-psychiatrisch toch echt een steekje los aan hem, en misschien nog erger: was hij daardoor een gevaar voor anderen?

Mijn antwoord begint met een Shakespeare quote: Though this be madness, yet there is method in it.’ Moerman volgde een redenatie waarin wij met de nodige fantasie ook enige method mogen, misschien zelfs kunnen onderkennen. Hij was behalve arts ook een amateur-duivenmelker. In zijn werk met zijn duiven meende hij opgemerkt te te hebben dat duiven nooit kanker krijgen. Deze vermeende, onjuiste observatie combineerde hij met zijn inzichten over de voeding die hij zijn duiven gaf. Uit het resultaat concludeerde vervolgens hij dat een speciaal op zijn duivenvoeding geïnspireerd dieet kanker kon genezen.

Zijn conclusie raakte kant noch wal, en dat werd destijds in de media ook breed uitgemeten, maar Moerman en zijn talloze aanhangers warenOost-Indisch doof voor deze correctie. Maar achteraf zijn enkele second thoughts inzake deze vaststelling to the point. Deze overweging baseer ik op retrospectief min of meer goed wetenschappelijk onderzoek dat eind vorige eeuw is uitgevoerd. Dat heeft enerzijds aannemelijk gemaakt dat nagenoeg alle door Moerman behandelde patiënten ofwel helemaal geen kanker hadden, ofwel ook reguliere therapie kregen, ofwel kort na de gangbare vijf-jaar-follow up toch overleden waren. Anderzijds zijn er aanwijzingen dat van vele duizenden mensen die het Moerman-dieet gevolgd hebben – of, beter gezegd, aan wie Moerman zijn dieet voorgeschreven heeft; dat is niet hetzelfde – enkelen significant langer geleefd hebben zonder dat ze ook reguliere therapie gekregen hadden.

Ik pak dit motief op, omdat dit resultaat suggereert dat Moerman, onbedoeld en niet wetend wat hij deed, één draad in het denken over ziekte opgepakt had, die het waard is vast te houden. Het dieet dat hij zijn patiënten voorschreef, was zo grotesk onmogelijk dat alleen mensen met een schier bovenmenselijke wilsinspanning en lichaamsbeheersing de dynamiek zouden kunnen volgen die door dit dieet ontstaat tussen deze voeding en hun lichaam, ziel en geest. En die wilsinspanning zou, aldus recente inzichten, misschen het immuunsysteem zó hebben kunnen beïnvloeden [noteer het nadrukkelijke voorbehoud!], dat die in / bij sommige gevallen van kanker een beginnende vorm van de ziekte tot verdwijnen zou hebben kunnen brengen.

Wie mij voorhoudt dat ik met zulke gedachten louter speculatie debiteer, zal ik niet tegenspreken. Volgende posts op WordPress zullen er op in gaan.

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

One Response to Eigen risico, eigen lichaam, en zelfkennis

  1. tine verhagen says:

    mijn moeder heeft het dieet gevolgd,hoewel ze borstkanker en botkanker had
    ze was 75jaar en heeft slechts een weekend in bed gelegen toen stierf ze,dus het heeft haar wel veel vitaliteit gegeven

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *