Het Oekraïnereferendum: een ingewikkeld samenstel van factoren en … (I): een dilemma tussen realisme en nominalisme

Morgen gaan we stemmen. Het wordt een uniek nieuwe variant in de traditie van onze ‘verkiezingen’.

Let op de aanhalingstekens rond “verkiezingen”. Dat woord is hier eigenlijk niet van toepassing. We gaan morgen niet ‘als kiezers stemmen uitbrengen op kandidaten voor gekozen organen’, zoals een officiële definitie van ‘verkiezingen’ luidt. We gaan iets veel moeilijkers doen.

Ogenschijnlijk is het simpel. We gaan naar een stembureau voor een raadgevend referendum. Daar kunnen we onze stem uitbrengen inzake de ‘wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne’ en we kunnen kiezen tussen ‘ja’ of ‘nee’. We kunnen ook blanco stemmen en we kunnen zelfs helemaal niet gaan stemmen, maar als je niet stemt, speel je niet mee dus dat laat ik – voorlopig – buiten beschouwing.

In werkelijkheid is het het tegendeel van simpel [vandaar mijn “voorlopig” in de vorige zin]. Hier speelt een ingewikkeld samenstel van factoren en omstandigheden en onzekerheden die ieder op zich al ingewikkeld zijn, en allemaal samen een ingewikkeld-tot-de-macht-x’ [x is een groot getal] samenstel van factoren enzovoort.

Sterker nog: het verhaal over dit raadgevende referendum wordt sinds enkele dagen van uur tot uur ingewikkelder en alles wijst erop dat dat morgen en na morgen nog even zal doorgaan.

Voor vandaag peuter ik één factorenzovoort los uit het samenstel. Het is de beslissing van de NOS om het opkomstpercentage rond het referendum van woensdag niet te peilen.

Dat komt de NOS op veel kritiek te staan, berichtte de NRC gisteren in een interview met Marcel Gelauff, hoofdredacteur NOS Nieuws.

Ik begrijp die kritiek, maar evengoed [kwalitatief en kwantitatief ‘even goed’] begrijp ik de argumentatie van de NOS.

‘De opkomstcijfers zijn vooral voor strategische stemmers belangrijk: voorstanders van het associatieverdrag tussen Oekraïne en de EU kunnen op 6 april besluiten niet te gaan stemmen als in de loop van de dag blijkt dat het opkomstpercentage niet wordt gehaald’, citeer ik uit het artikel. ‘Zo voorkomen ze dat hun ja-stem het nee-kamp aan de verplichte kiesdrempel helpt.’

Dat is een heel duidelijke oplossing voor een heel duidelijk specifiek dilemma.

Als ik dit specifieke dilemma her-formuleer in de meest algemene termen mogelijk, krijg ik: dit dilemma gaat over weten en/of (1) weten wat je wilt, (2) weten wat je kunt doen om te bevorderen dat datgene wat je wilt ook gebeurt, (3) weten wat het effect is van wat je gaat doen, (4) weten in hoeverre anderen weten wat ze willen … enzovoort…: die anderen “(1) t/m (3)” … en zo voort .. en vervolgens de uitkomst van (4) terugkoppelen naar een volgende ronde (1) t/m (4) en zo voort …

Tussen de regels door gaapt hier de kloof tussen realisme [= ‘inclusief’ weten = weten en handelen hangen wederzijds samen’] en nominalisme [= kaal, eenzijdig consequentieloos “weten”= principieel onverschillig zijn].

Zie voor verdere uitleg mijn boek (met medewerking van Han van Ruler en Wim Pouw), ‘De naam van het probleem – Pierre Abélard en het geheim van het ProbleemGestuurd Onderwijs’, met een voorwoord van Henk Schmidt. Uitgeversmaatschappij Ad. Donker bv, Rotterdam ISBN 978 90 6100 687 9

en

Het Oekraïnereferendum: een ingewikkeld samenstel van factoren en … (II): De muize(n)val

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *