Na Zaventem

Het is alweer iets van gisteren – Zaventem. Uit de veelheid van commentaren pluk ik één topos: de vraag “Wat zeg je tegen jonge kinderen?” Juliette Vasterman bespreekt die vraag in de NRC van vandaag. Haar eerste antwoord is simpel: “Niets.”

Haar eerste toelichting zet aan het denken. “Tenminste, zolang het niet hoeft.”

‘Dat zegt Marina van der Wal, opvoedkundige en auteur van Het enige echte eerlijke puberopvoedboek’, vervolgt Vasterman. ‘Misschien heeft ze een wat eigenzinnige mening, zegt ze. Maar ze vindt het echt geen goed idee om kinderen met een hoop leed op te zadelen. „Jonge kinderen begrijpen het niet, kunnen gebeurtenissen niet plaatsen en niet relativeren.” Met als mogelijk gevolg: angst, bedplassen, buikpijn of concentratieproblemen.’

Dat lijkt me paedagogisch een verstandig advies. Bij het vervolg van de toelichting heb ik commentaar: “… volwassenen vergeten dat zij vaak vanuit hun eigen perspectief dingen uitleggen. En ze vergeten dat ze zelf een dosis levenservaring hebben.” Dat is natuurlijk helemaal juist. Maar dan komt het. “Wij weten dat dood betekent dat het voor altijd is, … ‘

O ja? Weten wij dat? En wie zijn die “wij”?

Een van mijn vrienden werkt aan een zogenoemde afternote – een soort levenstestament met een gezichtsveld dat verder reikt dan de horizon van het aardse bestaan. Af en toe laat hij me iets lezen. Ik citeer:

Van Rudolf Steiner leren we dat de gestorvenen niet echt dood zijn. Ze leven alleen op een andere manier. Op die andere manier zijn ze bij ons, om ons heen, in ons. … Die dimensie noemen wij meestal het hiernamaals. Dat is een foute naam. Dat zogenaamde hiernamaals is even goed het hiervoormaals voor ons volgend leven; dat is net zo belangrijk. Hiertussenmaals is de juiste naam, of limbus – een oud woord voor wat ook wel purgatorium of vagevuur heet. … Dáár ligt de grote ontdekking van Steiner. De tijden veranderen, wij veranderen met hen, de grote verandering van onze tijd is dat we nu zekere kennis kunnen krijgen over het hiertussenmaals. We kunnen in onze ziel kijken, en kunnen daar dezelfde zekere kennis verwerven als we in de natuurwetenschappen doen over wat na onze dood zal gebeuren. Dat perspectief opent Steiner in zijn filosofische magnum opus, ‘De filosofie van de vrijheid’: een exacte wetenschap over ‘gene zijde’!”

Wordt vervolgd.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *