De officier van justitie in de zaak tegen zedenverdachte Robert M wil in de rechtszaal een compilatie tonen van beelden van een jongen en een meisje die het misbruik door de verdachte gelaten ondergaan en van een jongen en een meisje die zich verzetten. De advocaten van Robert M. vinden het tonen van de beelden niet nodig omdat ze „minutieus en treffend” beschreven zijn in het dossier.
Daarover communiceerden wij gisteren hier met elkaar. Ik zet de discussie nog wat scherper aan.
Voor minutieuze en treffende beschrijvingen van lichamelijke kenmerken en handelingen worden Nobel-prijzen literatuur toegekend. Een voorbeeld is Claude Simon (1913 – 2005; Nobelprijs 1985). Lees de aanhef van zijn roman ‘Georgica’ (1981):
‘Het tafereel is als volgt: in een vertrek van zeer grote afmetingen zit een figuur achter een bureau, een van zijn benen halfonder zijn stoel opgetrokken, de hiel omhoog, de voet recht naar voren en plat op de grond, zodat het scheenbeen een hoek van ongeveer vijfenveertig graden met de horizontaal geplaatste dij vormt, de beide armen op de rand van het bureau gesteund, terwijl de handen daarboven een blad papier (een brief?) vasthouden waarop de ogen strak gericht zijn. De figuur is naakt. Hoewel hij reeds de middelbare leeftijd bereikt heeft, getuige de pafferigheid van zijn gezicht met de grove trekken, de geprononceerde hangwangen, heeft ongetwijfeld; de regelmatige uitvoering van lichamelijke oefeningen, zoals bij zekere beoefenaars van de paardesport of bij sommige militairen, het lichaam een krachtig spierstelsel doen behouden,waarvan men, ondanks zijn zwaarlijvigheid, onder de vetlaag de vooruitspringende delen kan volgen, terwijl de plooien van de buik zelf trapsgewijs boven elkaar liggen, machtig, als bij die oude worstelaars wier gewicht hun kracht niet hindert, maar die zelfs nog verhoogt. Een tweede figuur, jonger, eveneens naakt, staat aan de andere kant van het bureau, in de klassieke` houding van de rustende atleet, waarbij het gewicht van het lichaam op het linkerbeen steunt, de rechterarm langs het lichaam hangt, en de opgetrokken linkerarm tegen de borst een rechthoekig stuk karton drukt waaromheen de hand zich zojuist gesloten heeft. Ook bij hem heeft een voortdurende uitvoering van lichamelijke oefeningen een krachtig spierstelsel ontwikkeld, dat voorlopig nog zonder gebreken is. Men ziet dej biceps van de opgetrokken arm zwellen. De tors, waarvan de borst- en buikspieren zich fors aftekenen, doet denken aan die borststukken van kunstzinnig gevormde Romeinse harnassen … ‘ en zo voort.
In een gedachtenexperiment zoek ik in mijn rol van amateur freelance journalist Robert M in de gevangenis op en stel hem voor dat wij samen zijn autobiografie schrijven.
Ik heb goede argumenten waarmee ik hem kan uitleggen wat ik wil en hoe reëel ik de kans acht dat ons co-product een succes wordt.
Een deel van die argumenten wordt mij aangereikt in het artikel van Joost van der Vaart over de Duitse top-politicus Karl-Theodor zu Guttenberg uit de krant van 25 november. Zu Guttenberg moest een paar maanden geleden overladen met hoon aftaaien omdat hij als plagiator was ontmaskerd, maar blijkt nu de huidige tijdgeest goed te doorzien. Ik knip en plak:
‘En daar is hij weer: Karl-Theodor zu Guttenberg, wonderkind en total loss van de Duitse politiek. De oud-minister van Defensie, tevens geruchtmakend plagiator, meldt zich in een interview in weekblad Die Zeit terug op het nationale podium. Hij sluit een terugkeer in de politiek niet uit, krap negen maanden na zijn turbulente aftreden. … Uit peilingen bleek steevast dat Zu Guttenberg de populairste politicus van Duitsland was … . Maar op het hoogtepunt van zijn kortstondige roem kwam hij ten val. Bij het schrijven van zijn dissertatie bleek Zu Guttenberg op ruime schaal te hebben geplagieerd. Binnen enkele weken was zijn politieke carrière roemloos beëindigd. De schande was groot, ook voor zijn trotse familie. Opgejaagd door de pers weken de Guttenbergs uit naar Amerika. Daar kwamen ze tot rust; daar kon Karl-Theodor zich een nieuw imago en ander uiterlijk aanmeten. En daar kon hij zich door de hoofdredacteur van Die Zeit, Giovanni di Lorenzo, uitgebreid laten interviewen…. Voor Zu Guttenberg staat vast dat hij ooit weer naar Duitsland gaat. „Duitsland is mijn Heimat.” Een terugkeer in de politiek hoort tot de mogelijkheden. … In de huidige politiek, meent Zu Guttenberg, is gebrek „aan karakters die bereid zijn om voor de inhoud te vechten en die niet meteen de zeilen strijken als het een keer hard waait.” Een terugkeer van Zu Guttenberg zou de Duitse politiek met het oog op de Bondsdagverkiezingen van 2013 een interessante impuls geven. … Het interview met Karl-Theodor zu Guttenberg verschijnt volgende week in boekvorm. Vorerst gescheitert (vooralsnog mislukt) heet het bandje. Nu al staat vast dat het een bestseller wordt.’
Tot zover Joost van der Vaart.
Mijn argumenten dat Robert M materiaal voor een bestseller in zijn levensloop heeft krijgen steun in het betoog in het artikel onder de titel ‘We moeten goed zingen en schrijven, of juist heel slecht’ in de krant van 12 november. Regel één van de huidige tijdgeest is: val op, word een ster in de media. Hoe je dat doet en met wat is totaal irrelevant, aldus de strekking van dit artikel kort samengevat.
Mijn argumenten zijn natuurlijk onversneden demagogisch – maar wie is is hier begonnen? Ik zoek mijn rechtvaardiging in het argument van de piloten van de Engelse bommenwerpers op Hamburg, Dresden, Berlijn: ‘They started the game’.
Een eigentijdse formulering van dit rechtvaardigings-argument geeft Folkert Jensma in zijn commentaar ‘Voor de PVV is de rechtsstaat maar lastig’ in de krant van gisteren. Ik citeer weer:
‘Voor wie De Schijn-Élite van de Valse Munters van Kamerlid Martin Bosma (PVV) heeft proberen te lezen, hoefde het geen verrassing te zijn. Een van zijn fractiegenoten, Richard de Mos, stelde deze week in De Telegraaf voor om het internationale hoofdkwartier van Greenpeace „het land uit te zetten”. De milieuorganisatie zou de reputatie van Nederland aantasten. Dit past naadloos in het goed-foutschema waarin de beweging van Geert Wilders andersdenkenden plaatst. Wie onwelgevallige meningen heeft, moet worden ontslagen, uitgezet of ten minste worden ontdaan van eventuele subsidie. Een pluriforme, vrije samenleving, gebaseerd op de rule of law, gelijkheid, respect, vrijheid, debat en compromis is door de PVV niet gewenst. Zie ook het à la carte meeregeren – loyaliteit tot op de hoek. Daarna is het vrij schieten. Een rechtsstaat met burgers die ook anders denken, is lastig voor de PVV.’
Tot zover Folkert Jensma over de PVV.
Ik redeneer precies zo als hij in zijn analyse de PVV laat redeneren – alleen diametraal omgekeerd.
Zelf deel ik de conclusie van Jensma: ‘ … dat de dagelijkse schending van rechtsstatelijke beginselen niet meer schokken – dat het stil blijft, dat media zich voegen, partijen niet opponeren, maar hun schouders ophalen of soms meezeilen in de vuile wind – dat is niet te verteren.’
Maar als freelancer voor Robert M die in een verhaal over zijn levensloop superzaken ruikt heb ik even geen boodschap aan beginselen.
A la guerre comme à la guerre; when in Rome, do as Rome does; ‘s lands wijs, ‘s lands eer. Zó zijn tegenwoordig onze manieren.
Als Robert M met mijn stiekeme hulp echt goed, net zo ‘minutieus en treffend’ opschrijft wat hij gedaan heeft als het kennelijk in zijn juridische dossier staat, wordt ons boek vast een bestseller. Bij de promotie ervan kunnen dan de beelden die de officier van justitie in de rechtszaal wil vertonen bij opbod aan een televisiezender worden verhuurd.