Weigerambtenarigheid als ziekte

Het blijft tobben met de geneeskunde. Dezer dagen is het in de mythe over homosexualiteit als ziekte weer rumpus [= opwinding, consternatie (red)]. Vandaag was het zelfs dubbel-bingo.

(1) Opperrabbijn Aryeh Ralbag (65) van de Joodse Gemeente Amsterdam heeft een controversiële verklaring over homoseksualiteit ondertekend waarin staat dat homoseksualiteit niet is aangeboren en genezen kan worden en (2) de christelijke organisatie Different biedt homoseksuelen een therapie aan die hen zou helpen hun lustgevoelens te onderdrukken. Zorgverzekeraars vergoeden de therapie

De betrokkenen debiteren prietpraat en geneuzel in reincultuur om zich eruit te lullen.

(1) ‘Ik heb zelf een masterstitel in klinische psychiatrie,’ zegt de Opperrabbijn. ‘Ik heb in de VS homoseksuelen in therapie gehad, soms met goed resultaat.’
Daar zouden wij graag publikaties over willen zien in vakbladen.

‘Of homoseksualiteit is aangeboren of het gevolg van omgevingsfactoren, durf ik niet te zeggen. Maar ik zie het beslist niet als een ziekte.’, zegt hij ook
Therapie zonder dat er sprake is van ziekte? Waar blijven de filosofen van de geneeskunde om deze onzin onderuit te halen?

(2) De Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat onderzoek doen naar de zorginstelling Different. De inspectie zegt niet bekend te zijn met Different, maar dat de signalen aanleiding geven te onderzoeken of de therapie wel deugdelijk is.

Zorgverzekeraar Achmea stelt: ‘Als dit een erkende instelling is voor geestelijke gezondheidszorg, dan zijn we verplicht een aantal behandelingen te vergoeden.’ – wie erkent hier wie?

Zelfde vraag als bij (1).

Niemand kan precies zeggen wat ziekte is. In de 19e eeuw bestond de zogenaamde ziekte ‘drapetomanie’. Die kwam alleen voor bij negerslaven. Sommigen van hen hadden de neiging weg te lopen. Dat werd als ziekte benoemd.

In dezelfde tijd typeerde Marx de godsdienst als opium van het volk. Zo bezien zou godsdienstigheid dus een verslaving zijn. In een vergelijkbaar perspectief is religie volgens sommigen een karakterneurose. Omgekeerd leerden wij bij psychiater Rümke in de jaren zestig van de vorige eeuw in Utrecht dat a-religiositeit neurotisch is. In april 1993 deed de fysicus Brian Josephson (Nobelprijs natuurkunde 1973) een curieuze duit in het zakje van de discussie over de relatie tussen nature en nurture door in het gezaghebbende weekblad Nature te stellen dat er een gen voor ‘religious practices’ zou be­staan. Zijn idee stuitte op nogal wat skepsis, en als hij het niet op gezag van zijn Nobelprijs in ‘Nature’ had gepublicee­rd had kunnen krijgen, zou helemaal geen hond het serieus hebben genomen (nu kreeg hij enig weer­woord).

Onlangs werd het idee gelanceerd dat allerlei ouderdomskwaaltjes oftewel PHPD (= pijntje hier, pijntje daar) bij 65-plussers niet meer vergoed zouden moeten worden.

Kortom, tel uit je winst.

Als ik jonger en ondernemender was zou ik een veilinghuis voor ziekten beginnen. Gewoon bij opbod verkopen, die hap. Appie Osterhaus en zijn Mexicaanse griep verdienen het om als schoolmakende pioniers erkend te worden.

Vandaag in de aanbieding: Homoseksualiteit en behandeling bij Different – een prima in de markt liggende DBC (= Diagnose Behandel Combinatie) – wie biedt? Weigerambtenarigheid – een prima complementaire diagnose, waarvoor een bijbehorende therapie vast wel ergens in de maak is.

Wie biedt?

De moderne patiënt is mondig maar niet als het om echte problemen gaat.

‘In de wachtkamer van mijn huisarts vind ik altijd foldertjes, die mij op opgewekte toon de gebreken van de ouderdom willen inpeperen,’ schreef Frits Abrahams gisteren in zijn column op de achterpagina van de NRC H. ‘Ze laten hun licht schijnen op al het vreselijke ongerief dat je nog te wachten staat, maar tegelijkertijd roepen ze: „Houd moed, we vinden er wel wat op!” … Begon ik me bij het lezen van deze folders al een stuk jonger te voelen, het jeugdige bloed tintelde pas weer echt in mijn aderen toen ik de folder van Ezerex tot me nam. …’ en zo gaat het door.

De hele column is een trefzeker-gruwelijk commentaar op de moderne voorlichtingsstrategie van wat vroeger medische zorg heette maar nu door Nederland gaat als de handel in DOT-producten. ‘DOT’ = ‘Dbc Op weg naar Transparantie’; DBC = Diagnose Behandel Combinatie’ = de verbale variant van de streepjecode die de kassa bij de uitgang van de gezondheidszorgse supermarkt kan lezen.

Hoe meer ik van dit soort wanstaltige verhalen als Abrahams parodieert te lezen krijg, hoe meer ik geen tekst meer heb. Maar ik MOET wat – dit KAN zo niet doorgaan. Ik bedenk iets. Waarom leggen huisartsen niet foldertjes in hun wachtkamer met bij voorbeeld een tekst als deze, die ik voor deze gelegenheid zelf bedacht heb?

Een krachtig geneesmiddel kan zéér krachtige ongewenste nevenwerkingen hebben. Dat is een oude les in de geneeskunde. En naarmate het langer geleden is dat een nieuw krachtig geneesmiddel werd ingevoerd, wordt de kans groter dat zeer ongewenste nevenwerkingen gaan optreden die als extra probleem hebben dat ze zich pas na lange tijd voordoen. Zo een situatie begint zich nu inzake antibiotica af te tekenen.

Toen die in de wereld kwamen, in Nederland kort na de Tweede Wereldoorlog, was dat een grootse triomf van de geneeskunde. Ik herinner me nog precies hoe Jo Pannekoek, legendarische internist uit die tijd, me daarover vertelde toen ik hem bijna twintig jaar later, in 1973 interviewde voor de Geneeskundige Gids.

‘Die therapie, dat heeft me altijd zeer geboeid, vooral omdat ik de triomfen hiervan zelf heb meegemaakt,’vertelde hij. ‘Ik herinner me nog dat het Canadese leger mij wat penicilline gaf en dat ik daar een eerste pneumonie-patiënt mee behandelde, en dat je binnen 24 uur zag dat zo’n patiënt beter was. Die penicilline dat was iets, dat was een wonder als je dat zag. En toen kwam dus de streptomycine en zag je een meningitis tuberculosa beter worden! lk herinner me nog, als assistent bij Hijmans van den Bergh, op een dag .werd een zoon van een slagersgezin opgenomen. Dat gezin had al vier kinderen verloren aan tuberculose; en de huisdokter had bij dit vijfde kind gedacht dat het griep was, maar de ouders waren ongerust en die hadden doorgezet dat die jongen opgenomen werd. Ik zie die jongen, laat een foto maken en hij had terminale tuberculose. Nou, je had niks anders tegen dan tegen de ouders te zeggen dat ze gelijk hadden en dat het nog maar een paar weken kon duren en dat het afgelopen was – ik zal die wanhoop van die ouders nooit vergeten. Dat is iets wat indruk maakt. En als je dan ziet dat die mensen beter worden – als je een meningitis tuberculosa weer ziet herstellen – als je grote gaten in hun longen weer ziet genezen, dat is een wonder. En ik moet ook zeggen dat ik blij ben dat ik in deze tijd geleefd heb.’

Maar intussen zijn we ruim 60 jaar verder. Het wonder is afgelopen.

Antibiotica brengen permanente schade toe aan darmbacteriën die ons lichaam juist beschermen, tegen overgewicht, allergieën en hart- en vaatziekten. Dit alarmerende nieuws werd 5 november gemeld in de NRC Handelsblad. Martin Blaser, arts en wetenschapper aan New York University, vindt dat artsen om die reden veel minder antibiotica moeten voorschrijven dan ze nu doen. Hij baseert zich op een artikel van Stanford-onderzoekers. Dat verscheen in maart in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. In de darm wonen tienmaal zoveel bacteriën als er cellen in ons lichaam zijn. We kunnen niet zonder deze ‘vriendelijke hulptroepen’. Ze helpen ons bij het verteren van ons voedsel, ze voorzien ons van vitamine K en ze beschermen ons tegen ziektekiemen. Ook indirect heeft de darmflora invloed op onze gezondheid, zo blijkt uit steeds meer onderzoek. Mensen met een verstoorde darmflora en naar verhouding minder ‘gunstige’ bacteriën, blijken bijvoorbeeld meer risico te lopen op het ontwikkelen van overgewicht, allergieën en hart- en vaatziekten. De nuttige bacteriën leggen massaal het loodje als hun gastheer antibiotica gebruikt omdat antibiotica meestal niet specifiek één bepaalde ziekteverwekker doden. Hun werking is algemener: ze maken bijvoorbeeld bacteriële celwanden kapot, of voorkomen dat bacteriën zich kunnen voortplanten. Sommige effecten zijn niet al na een week weer over. Eén kuur is blijkbaar al voldoende om permanente schade te berokkenen aan de gunstige bacteriën. Is dat ernstig verontrustend? De meningen zijn verdeeld. Ger Rijkers wordt in de NRC Handelsblad geciteerd: “Je ziet inderdaad een spectaculaire verandering na een antibioticakuur, maar mijn ervaring in dergelijk onderzoek is dat de eigen darmflora na een maand of twee weer intact is”, zegt hij. “Iedereen heeft zijn eigen specifieke darmflora. De samenstelling daarvan is niet toevallig. Iedereen komt immers in aanraking met dezelfde bacteriën. Welke je houdt, hangt af van je eigen immuunsysteem.”Ook Willem de Vos, hoogleraar microbiologie aan de Wageningen Universiteit, relativeert het darmonderzoek dat Blaser aanhaalt. “Deze Stanford-onderzoeker volgde slechts drie mensen”, zegt De Vos. “Dat is te weinig om er zulke verregaande conclusies op te baseren. Deze mensen slikten vrijwillig antibiotica. Je zou een dergelijk onderzoek in een veel grotere groep willen doen, maar dat is heel erg lastig.” Het probleem is dat het onethisch is om grote groepen mensen die niet ziek zijn, herhaaldelijk aan antibiotica bloot te stellen. En een grootschalig onderzoek onder zieke mensen is ook lastig: zij hebben die antibiotica nodig omdat ze ziek zijn en die ziekte kan misschien ook de schommelingen in hun natuurlijke bacterieflora veroorzaken. “Gevoelsmatig denk ik wel dat Blaser gelijk heeft”, zegt De Vos, “in elk geval als het gaat om herhaaldelijk gebruik. Maar bewijs dat maar eens.”

Om die laatste zin gaat het mij als filosoof-arts. Ook mijn gevoel zegt me dat het massale antibiotica-gebruik onaanvaardbaar grote ongewenste nevenwerkingen krijgt, en evenzeer voel ik mee met het dilemma van de onderzoekers in het laboratorium en de artsen aan het ziekbed. Maar vooral de activist die ook in mij leeft voelt zich aangesproken. Waarom lukt het ons nog steeds niet echt goed het immens rijke arsenaal theorieën en ervaringen en praktische toepassingen uit de complementaire sfeer zó in te zetten dat het antibiotica-gebruik vanzelf daalt?

Patiënten hebben tegenwoordig inspraak. De dokter is wettelijk verplicht hen goede voorlichting te geven. Als ze meer zekerheid willen, kunnen ze een second opinion vragen. Informed consent, heet dat. En die gaat niet alleen over lijfelijk-medische dilemma’s. En ieder jaar moeten wij allemaal, net omstreeks deze tijd van ‘t jaar, bij ons zelf te rade gaan of we de voor hen beste ziektekostenverzekeringsmaatschappij hebben gekozen. Waarom worden we inzake het financiële plaatje inzake al die ingewikkelde beslissingen als superdeskundige mondige burgers aangesproken en geldt inzake een fundamenteel medisch probleem als wel of geen antibiotica het intussen helemaal achterlijk geworden motto van lang geleden ‘wat dokter doet, is altijd goed’?

Patiënt, neem uw lichaam en wandel. ‘Slechts door het geloof zult gij gered worden,’ werd vijf eeuwen geleden een slagzin inzake het eeuwig heil hierná. ‘Slechts door optimaal gebruik van uw eigen benul zult gij uw lichaam veilig door uw leven in déze incarnatie loodsen,’ maak ik daarvan.